Reacties op De Dutchionary

‘Een ware traktatie.’
De Dutchionary had dit jaar zelfs, net als mijn vorige boek Babel in 2019, de Onze Taal/ANW-Taalboekenprijs mogen winnen, vindt althans
René van Rijckevorsel in Elsevier

‘Interessante taalgeschiedenissen.’ ‘Leuke, heldere inleiding.’
Ewoud Sanders, NRC

‘Ik vind het fascinerend.’ ‘De Dutchionary – wat een goed woord is dat ook!’
Dolf Jansen, Spijkers met koppen (Radio 2, Nederland)

‘Ruim een kwart [van de trefwoorden] bestaat uit onaardige kwalificaties. Dus laten we ons daar voor de nodige zelfrelativering nog eens in spiegelen.’
Margriet Oostveen in de Volkskrant

‘Fascinerend om al die uitdrukkingen te lezen.’ ‘Mooi boek!’
Ghislaine Plag, Spraakmakers (Radio 1, Nederland)

‘Met veel kennis van zaken en met de gedoseerde humor waar dit onderwerp om vraagt.’
Raymond Noë in de Boekenkrant

‘Neutraal en toch persoonlijk, grappig en toch zakelijk.’ ‘Sappige details.’
Marc van Oostendorp op Neerlandistiek

‘Zeer vermakelijk boek waar je ook nog wat van opsteekt.’
Yuri Visser, Historiek

‘Razend interessante inleiding.’ ‘Een onmisbaar boek voor elke taalliefhebber.’
Herman Boel, De Taalfluisteraar

‘Aanrader!’
Miet Ooms, Kers op de Taal

Nieuwe feiten (Radio 1, Vlaanderen) en dagblad Trouw hebben me geïnterviewd over De Dutchionary.

Geplaatst in boeken e.d. | Tags: , | 1 reactie

Vijf taalboekentips voor een feestelijke december

Van welke taalboeken heb ik dit jaar genoten? Over de onderstaande vijf kan ik naar waarheid zeggen dat ik ze moeilijk kon wegleggen. Het is dat ik zo vreselijk verstandig ben, anders was ik pas gaan slapen nadat ik ze uit had. De volgorde is willekeurig, al zie ik dat er bij toeval een ordening in geslopen is.

Alles begint met A, van Diedrik van der Wal
De letters van ons alfabet zijn ons zó vertrouwd dat we ze bijna meer horen dan echt zien. Maar ooit waren ze nieuw, en vele ervan zijn in de loop der eeuwen sterk veranderd. Sterker nog, sommige letters hebben nieuwe rollen aangenomen of zich in tweeën gesplitst. Van der Wal heeft zijn research grondig gedaan en mooie verhalen opgediept: over efficiëntie en esthetiek, over vernieuwing en behoudzucht. De letterliefde en het monnikenwerk spatten van elk bladzijde, en ook zijn stilistische zorgvuldigheid draagt bij aan de leesvreugde. Hoogstens begint tegen het einde de herhaling van bronnen en ontstaansgeschiedenissen ietsje te vervelen. Maar dan zijn er altijd nog de mooie illustraties en curieuze kadertjes.

Lees verder
Geplaatst in boeken e.d. | Tags: , , , | 2 reacties

Warmoes

Foto: Flickr, mwms1916

Met andijvie moet je uitkijken. Niet alleen omdat er culinair weinig eer mee te behalen valt – of ligt dat enkel aan mijn eigen beperkingen als kok? – maar vooral omdat vertaalongelukken op de loer liggen.

Maak er endive van in het Frans en je hebt het opeens over Brussels lof (witlof). Maak er endive van in het Engels en, al zit je niet echt fout, een beetje dubbelzinnig ben je wel: curly endive en broad-leaved endive zijn inderdaad andijviesoorten, maar Belgian endive juist niet – want daar is het Brussels lof weer. Niet te verwarren trouwens met Brussels sprouts oftewel spruitjes.

En kijk, dankzij de spruitjes zijn we bij de Brassica oleracea beland. Die plant kennen we in vele varianten, met dank aan het eeuwenlange geduld van naamloze tuinders. Spruitkool, de fraaie plant waaraan de spruitjes groeien, is er een van, maar ongelooflijk genoeg is behalve bloemkool, boerenkool, savooiekool en kohlrabi ook broccoli een variant van diezelfde Brassica oleracea.

Dat broccoli een Italiaans woord is, zal je niet verbazen. Een meervoudsvorm eigenlijk: het enkelvoud is broccolo. En dat is weer een verkleinwoord van brocco, Italiaans voor ‘scheut’ of ‘spruit’. Broccoli betekent dus, als je naar de bron teruggaat, hetzelfde als spruitjes. Die laatste heten in het Italiaans dan weer cavolini di Bruxelles ‘kooltjes uit Brussel’. Niet te verwarren met Brussels lof…

Groente werd vroeger ook wel ‘warmoes’ genoemd. Die term was misschien zo gek nog niet.

Geplaatst in Nederlandse taal, vreemde talen | Tags: , , | 3 reacties

Wat de Engelstaligen écht vinden van ‘the Dutch’

Van double Dutch tot going Dutch en van Dutch courage tot Dutch oven: het Engels heeft veel onflatteuze uitdrukkingen die over ons (lijken te) gaan. Maar hebben Engelstaligen dan zo’n hekel aan Nederlanders? Welnee. Die negatieve uitdrukkingen hebben historische wortels en zeggen weinig over het heden. Dat schrijf ik in De Dutchionary, dat zeg ik in interviews en ik heb nu ook vers bewijsmateriaal: een enquête van onderzoeksbureau YouGov, dat mensen naar hun mening over 195 landen heeft gevraagd.

69% van de Britten blijkt een positief beeld van Nederland te hebben. Wij zijn namelijk een leuk volk, vinden ze, onze cultuur is de moeite waard en het is hier schoon. Dat helpt Nederland aan een gedeelde 6e plaats, na Nieuw-Zeeland, Canada (beide 80%), Australië (79%), het Verenigd Koninkrijk zelf (78%) en Spanje (72%). Slechts 3% van de Britten heeft een negatief beeld van Nederland.

Maar zijn die gunstige cijfers niet gewoon te danken aan onze nabijheid tot Groot-Brittannië? Ik bedoel, nogal wiedes dat pakweg Suriname veel lager scoort – de Britten kénnen het nauwelijks. (Cijfers voor dat land: 8% positief, 8% negatief.) Maar nee, zo simpel is het niet. De andere buurlanden scoren een stuk lager dan wij. Ierland komt nog in de buurt (68% positief, 7% negatief). Maar België (55%, 7%) en Frankrijk (57%, 15%) doen het aanmerkelijk slechter. En met de Duitsers hebben de Britten zich nog steeds niet verzoend (53%, 10%).

Ik heb vervolgens gezocht naar soortgelijke enquêtes onder Amerikanen. Die zijn er wel, maar wat ik al dacht: die beperken zich tot minder landen, en daar zit Nederland niet bij. Amerikanen kennen ons nauwelijks. Maar een hekel? Daar lijkt het niet op.

****

In De Dutchionary heb ik zo’n 500 vaste combinaties met Dutch verzameld. De recensies mogen er wezen.

Geplaatst in zonder categorie | Tags: , , | 1 reactie

Mijn mond heeft een remweg

Soms wil ik iets zeggen maar begrijp ik een fractie van een seconde voor ik mijn mond open dat het al niet meer hoeft, bijvoorbeeld omdat mijn gesprekspartner me voor is. Maar dan zeg ik het toch.
Ik: ‘Hoe heette die tent ook weer waar we toen, je weet wel, in een dorp in de buurt van Kantens – waar de serveerster zo een beetje brutaal maar heel grappig eh…’
Korte stilte. Dan schiet me de naam te binnen.
Op datzelfde moment mijn vrouw: ‘Pisa.’
Daarop ik, desondanks ook nog: ‘Pisa!’

Op het moment dat ik het zeg heb ik al begrepen dat het niet meer hoeft, dat het een zinloze herhaling is. En het is niet dat ik wil laten merken dat ik het ook weet. Het is zelfs niet dat ik wil laten merken dat we het eens zijn. Het lukt me gewoon niet meer om mijn woorden nog binnen te houden. De trein is al vertrokken en kan niet meer tijdig tot stilstand worden gebracht. Ook mijn mond heeft kennelijk een remweg.

Ik heb mijn vrouw gevraagd of zijzelf dat ook wel eens heeft, en ze zei ja. Dus ofwel zijn we een koppeltje zeldzame aberraties, ofwel is dit een wijder verbreid verschijnsel. Normaal zou ik nu bij elkaar googelen wat de taalkunde hierover te melden heeft, maar ik kan in dit geval geen goede zoektermen verzinnen. En ook in mijn boekenkast zie ik niet meteen een veelbelovende titel.

Wie weet er meer over?

Geplaatst in taal algemeen | Tags: , | 5 reacties

Hoe mijn ene boek in het andere verstrikt raakte

Onlangs ontving ik royalty’s uit Londen op basis van verkoop in Nederland. Dat was vreemd, want mijn Britse uitgever beheert weliswaar de exploitatierechten van mijn internationale boeken, maar nou juist niet voor het Nederlandse taalgebied. Navraag leerde dat er een vergissing in het spel was: het ging om royalty’s die de Berlijnse uitgeverij Ullstein me verschuldigd was. Op de financiële administratie in Londen had iemand Deutsch vertaald als Dutch.

Het bovenstaande lijkt misschien op een passage uit mijn nieuwste boek, De Dutchionary, waarin het woord Dutch de hoofdrol speelt en Deutsch een voorname bijrol als stoorzender. Maar nee, de genoemde fout is echt gemaakt, zo maak ik op uit een mailtje van mijn agent.

De Engelstaligen hebben bijna vier eeuwen kunnen oefenen, want Nederland maakt sinds 1648 geen deel meer uit van het Duitse rijk. Maar nog steeds hebben ze moeite om Dutch en Deutsch uit elkaar te houden.

Geplaatst in boeken e.d., vreemde talen | Tags: , | Een reactie plaatsen

Twee levendige gesprekken over De Dutchionary

Ik krijg zo veel leuke reacties op twee interviews die ik had bij het verschijnen van De Dutchionary, dat ik ze maar eens op mijn blog zal zetten.

Het ene is met Ghislaine Plag van het Nederlandse Radio 1-programma Spraakmakers: luister hier. Ook medegast Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, neemt hier en daar aan het gesprek deel.

Het andere is met Lieven Vandenhaute van het Vlaamse Radio 1-programma Nieuwe feiten: luister hier. De invalshoeken verschillen, de stijl verschilt, maar ik had het in beide gesprekken naar mijn zin, en dat is kennelijk te horen.

Geplaatst in boeken e.d. | Tags: , , , | 1 reactie

Tot binnenkort in Amsterdam!

Eerdaags verschijnt – hoera! – De Dutchionary, mijn verhalende, Nederlandstalige woordenboek over Engelse uitdrukkingen als going Dutch, Dutch courage en dutchie. Laten we dat samen vieren!

Op 19 september om 18.15 wordt De Dutchionary in de Amsterdamse Boekhandel ten doop gehouden. Boekenvakman Denis Stirler interviewt me, ik lees een aantal passages voor en ik signeer. Er zijn drankjes (denk ik) en boekjes (weet ik zeker, want wat signeer ik anders?). Het adres is Buitenveldertselaan 170, vlak bij tramhalte Van Boshuizenstraat en niet ver van station Zuid WTC.

Door de anderhalvemeterregel passen er maar zo’n 12 bezoekers in de boekwinkel. Bij meer aanmeldingen dopen we het boek gewoon twee keer, niet alleen om 18.15, maar ook om 17.00. (Aanmelders nummer 25 en hoger moeten helaas met het neusje tegen de etalageruit afgunstig naar binnen kijken.)

Update: 18.15u is vol; om 17.00u is er nog wel ruimte.

Meld je aan via info@deamsterdamseboekhandel.nl of bel met 020-4218324. Als je met twee of meer personen uit hetzelfde huishouden komt, is het fijn als je dat er even bij zegt.

Samenvattend: 19 september, 18.15 (vol) en 17.00, Amsterdamse Boekhandel, Buitenveldertselaan 170. Het boek heet De Dutchionary en jij bent van harte welkom.

Geplaatst in boeken e.d. | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Lekker Europees praten

KochHet is fijn dat Pools en Nederlands aan elkaar verwant zijn, schreef ik eerder dit jaar. Dat levert overeenkomsten op die het Pools voor ons makkelijker en minder frustrerend maken om te leren dan bijvoorbeeld het Vietnamees (waar ik mijn tanden op heb stukgebeten).

Maar naast die oeroude verwantschap is er nóg iets wat het Pools als het ware ‘dichterbij haalt’: eeuwen van gedeelde culturele en maatschappelijke invloeden. Ook de Polen zijn vertrouwd met de Bijbel en de Talmoed, de Griekse filosofen en het Romeins recht. Ook in Polen handelde de Hanze. Ook Polen onderging de Verlichting, de Romantiek en de hervormingen van Napoleon. En de hele Europese literatuur is ook in het Pools vertaald: Homer en Cyceron, Cervantes en Szekspir, Wolter en Tołstoj.

Maken die dingen uit voor de taal dan? Reken maar. Ook in het Pools hebben we als man in onze hals een adamsappel (jabłko Adama) en lopen we zonder kleren in ons adamskostuum (w stroju adamowym). Ook in het Pools kun je het paard van Troje (koń trojański) binnenhalen of het zwaard van Damocles (miecz Damoklesa) boven je hoofd weten. Ook Poolse kinderen horen de verhalen van Roodkapje (Czerwony Kapturek) en Klein Duimpje (Paluszek – letterlijk Vingertje). Ook Polen weten dat Hamlet twijfelde tussen wel en niet zijn (Być albo nie być, oto jest pytanie) en dat het zinloos is om als een donquichot (donkiszot) met windmolens te vechten (walczyć z wiatrakami). Lees verder

Geplaatst in vreemde talen | Tags: , , , | 1 reactie

Kort Amerikaans

manmetgeweerIk heb onlangs een korte lijst van 625 basiswoorden uit het Engels vertaald in de taal die ik aan het leren ben, het Pools. Het zijn niet per se de allermeest gebruikte woorden (getuige adjective, sweat, ninth en lip), maar frequent zijn de meeste wel. De auteur, de Amerikaan Gabriel Wyner, beweert bovendien dat ze makkelijk te leren zijn aan de hand van plaatjes, maar daar geloof ik geen barst van (zie verb, material, no).

Ik vind het een nuttige lijst (en hij is hier te downloaden). Toch moest ik er ook een beetje om grijnzen. Wyner heeft veel gereisd. Waarom neemt hij dan de eenheden inch, foot (measurement) en pound op, naast centimeter, meter en kilogram? Je kunt als Amerikaan wel leren dat een inch in het Pools cal heet, maar als je in Polen bent, zul je je toch in centymetry moeten uitdrukken. De rest van de wereld heeft immers niet gewacht tot de VS ook aan het metriek stelsel toe waren. Een andere vreemde keuze is dollar, want die munt heet bijna overal ter wereld ongeveer hetzelfde. De opdracht look up local currency had de taalleerder op een nuttiger spoor gezet, namelijk dat de wereld elders anders is.

Vanuit mijn Europese perspectief bevat de lijst wel meer opmerkelijke keuzes. Gun, kill, murder en victim staan erop, maar factory, cook, sandwich en village niet. Lawyer en court wel, law en justice niet (oké, moeilijker af te beelden). Election en president wel, maar government en parliament niet. Echte basiswoorden als put en take ontbreken, terwijl naast meat (goed om te weten) ook beef en pork (van later zorg) speciaal genoemd worden. Fruit en vegetable missen dan weer. Kortom, al is de lijst beknopt en goed bruikbaar, erg stevig geworteld in de cultuur van de maker is ie wel. Wat overigens ook gebeurd zou zijn, vermoed ik, als een Europeaan of Oost-Aziaat hem had opgesteld. (Leuk om over na te denken: welke woorden zouden de lijst typisch Europees maken?)

Natuurlijk staat het me vrij om zelf woorden te vervangen, en dat doe ik ook: geen gun maar law, geen murder maar cook. En in plaats van pork, beef en lemon (?!) zal ik maar eens een paar typisch Poolse gerechten als barszcz, bigos en pierogi op mijn taalmenu zetten.

Geplaatst in vreemde talen | Tags: , , , | Een reactie plaatsen