Tekstologen

Schrijven heeft met chirurgie, voetbal en koken dit gemeen: het is een vak. Je kunt het ook als hobby beoefenen, net als die andere drie (waarvan twee legaal). Maar op het hoogste niveau van bekwaamheid lopen er toch vooral professionals rond, die hun brood ermee verdienen.

Voor vakkennis is meestal een markt. Wil een ziekenhuis een hartchirurg, een voetbalclub een middenvelder, een restaurant een Indiase kok, dan weten ze hoe ze die moeten zoeken.

Lees verder
Geplaatst in boeken e.d. | Tags: , , , , | 3 reacties

Reacties op De Dutchionary

‘Een ware traktatie.’
De Dutchionary had in 2020 zelfs, net als mijn vorige boek Babel in 2019, de Onze Taal/ANV-Taalboekenprijs mogen winnen, vindt René van Rijckevorsel in Elsevier

‘Interessante taalgeschiedenissen.’ ‘Leuke, heldere inleiding.’
Ewoud Sanders, NRC

‘Ik vind het fascinerend.’ ‘De Dutchionary – wat een goed woord is dat ook!’
Dolf Jansen, Spijkers met koppen (Radio 2, Nederland)

‘Ruim een kwart [van de trefwoorden] bestaat uit onaardige kwalificaties. Dus laten we ons daar voor de nodige zelfrelativering nog eens in spiegelen.’
Margriet Oostveen in de Volkskrant

Lees verder
Geplaatst in boeken e.d. | Tags: , | 1 reactie

Eén gen is geen geen

Patrick Neufelder, Pixabay

Waarom heeft het woord gen als meervoud niet ‘gennen’ maar genen?

Het komt wel vaker voor dat een korte /e/ in het meervoud een lange /ee/ wordt: weg-wegen, bevel-bevelen, enzovoort. Maar zulke gevallen zijn allemaal te herleiden tot het Oudnederlands (zoals hier mooi wordt uitgelegd). Met gen moet iets anders aan de hand zijn, want het woord bestaat pas iets meer dan een eeuw.

Bedacht is het waarschijnlijk in het Deens (gen, meervoud gener), namelijk door de Deense bioloog Wilhelm Johannsen (1857-1927). Maar hij maakte het wereldkundig in het Duits (Gen, meervoud Gene), toentertijd de dominante wetenschapstaal. In beide talen worden het enkelvoud én het meervoud uitgesproken met een /ee/, dus daar kan ons e-ee-verschil in de uitspraak niet vandaan komen. Wat wel kan, is dat we het Duits lichtjes hebben aangepast (hoofdletter weg, meervouds-n erachter) en vervolgens op zijn Nederlands zijn gaan uitspreken. Spellinguitspraak heet dat, en het komt wel vaker voor. Jute bijvoorbeeld; in het Engels heet dat /dzjoet/.

Maar daarmee zijn we er nog niet helemaal.

Lees verder
Geplaatst in Nederlandse taal | Tags: , , , , , , , | 3 reacties

(23:) Oslo aan de Maas

Nuttige parallellen tussen talen laten zien: dat is wat ik keer op keer doe in het boek waar ik aan werk, Leer in 7 dagen 7 talen lezen. Parallellen tussen Nederlands en Fries, tussen Nederlands en Scandinavisch, tussen Engels en de Romaanse talen, enzovoort. En daarbij stuit ik af en toe op dingen die me niet eerder waren opgevallen.

Vandaag weer. Ik was aan het beschrijven dat in de Scandinavische talen de uitgang t vaak op ‘onzijdig’ duidt: het onzijdige onbepaalde lidwoord (et of ett), het onzijdige bijvoeglijk naamwoord (godt of gott). In het Nederlands hebben we dat niet. Ons onbepaalde lidwoord een heeft geen onzijdige variant op t; ons bijvoeglijk naamwoord goed heeft geen onzijdige variant ‘goedt’. Het Scandinavisch, zo dacht ik, zal op dit punt wel iets ouds hebben bewaard dat wij kwijt zijn geraakt.

Tot ik me realiseerde dat wij het wel degelijk ook nog hebben – en ik waarschijnlijk nog iets meer dan jij.

Lees verder
Geplaatst in 7D7T, vreemde talen | Tags: , , , , , , , | 3 reacties

(22:) Wie niet gerft en taakt, zal zwelten

Jawel, jawel, ik ben nog steeds bezig met het boek Leer in 7 dagen 7 talen lezen. En al heb ik er een poos niet over geblogd – tijdsdruk, zomer, van die dingen –, ik geniet er enorm van. Echt, ik hóú van schrijven. Er zijn schrijvers die niet kunnen geloven dat dat kan. Ga wat leukers doen, denk ik dan.

Inmiddels ben ik aangekomen bij het hoofdstuk over het Deens, Noors en Zweeds. Een van de aantrekkelijkheden daarvan is dat ze zo veel woorden hebben die in het Nederlands verouderd zijn. Sommige zijn nog herkenbaar: forsvinde (‘verdwijnen’; de spelling is Deens), dat is natuurlijk verwant aan ons likkebaardend archaïsche woord verzwinden. En mocht je dat niet kennen, dan heb je vast wel van het Duitse verschwinden gehoord. In al die talen is het een sterk werkwoord: forsvinde, forsvandt, forsvundet; verzwinden, verzwond, verzwonden; verschwinden, verschwand, verschwunden.

Lees verder
Geplaatst in 7D7T, vreemde talen | Tags: , , , , | 3 reacties

(21:) Sorpresa!

Verrassende dingen lezen is leuk, maar verrassende dingen zelf ontdekken is nog leuker.

Zo ontdekte ik, lang geleden alweer, dat de meervoudsuitgang van Italiaanse mannelijke naamwoorden, -i, sprekend leek op de Latijnse, en om precies te zijn op de eerste naamval – ook -i. Dat lijkt misschien logisch – tenslotte spraken de Romeinen ooit Latijn en nu Italiaans. Maar zo logisch is dat niet, want in de andere Romaanse talen is het anders; daar hebben ze de vierde naamval bewaard, die steevast op -s eindigt.

We kunnen de overeenkomst zelfs in het Nederlands zien, dankzij een aantal leenwoorden uit beide talen:
· Latijn: musicus – musici, cyclus – cycli, intimus – intimi.
· Italiaans: solo – soli, saldo – saldi, antipasto – antipasti.

Lees verder
Geplaatst in 7D7T, vreemde talen | Tags: , , | Een reactie plaatsen

(20) Hij waste zo’n beetje iedereen

Voornaamwoorden herbergen vaak verrassingen. Het Friese men schijnt te impliceren dat je óók jezelf bedoelt; anders zeg je se. Het Scandinavische sin, een broertje van ons zijn, kan alleen maar terugslaan op het onderwerp van de zin, net zoals bij ons het woordje zich dat moet. Het Spaanse woord ustedes is in Europa beleefd (‘u’), maar in Latijns Amerika niet speciaal (‘jullie’).

En zo stuitte ik vandaag op een merkwaardigheid van het Sardisch, de taal van Sardinië. Of om heel precies te zijn: van de zuidelijke variant daarvan, het Campidanese, want daar ging de grammatica over die me in handen viel. Je komt nog eens ergens als je een boek schrijft waarin je drie Romaanse talen fileert.

Lees verder
Geplaatst in 7D7T, vreemde talen | Tags: , , , , | 3 reacties

(19:) Hoe ik een instituut werd

Ik heb een assistent! Nou ja, heel even maar, omgerekend drie volle werkdagen. Maar dan nog. Het is voor mij nieuw, en ik moet een beetje wennen aan het idee. Meelezers die nuttig commentaar leveren, dat verschijnsel ken ik. Maar een assistent…

Vorige week stuurde een student van een gerenommeerde Amerikaanse universiteit mij een mailtje; laat ik haar C. noemen. C. studeert iets taalkundigs en was enthousiast over een van mijn boeken. Of ze deze zomer ‘bij mijn onderzoek kon helpen’. 

Lees verder
Geplaatst in 7D7T | 3 reacties

(18:) Poetin en andere bijtertjes

Ik heb de laatste tijd vaak aan mensen verteld over mijn boek-in-wording Leer 7 talen lezen in 7 dagen. Ik krijg dan meestal drie reacties. Ten eerste: geweldig – maar kan dat echt, zo snel een taal leren lezen? Ten tweede: is dat nog wel nodig nu Engels zo wijdverbreid is? En ten derde: met een vertaalprogramma kan ik een vreemde taal toch net zo goed lezen? Dat ‘geweldig’ geeft de schrijver moed, want de schoorsteen moet roken. En die twijfels zijn begrijpelijk, dus daar ga ik op in.

Om te beginnen: ja, het kan, met behulp van wat basisinformatie, een paar trucs en zelfvertrouwen.

De basisinformatie draait om de spelling, grammatica en woordenschat van de talen in kwestie, maar dan op basis van wat we al weten en gericht op herkenning, niet op productie. Wie de hoofdlijnen van de spelling kent, herkent in het Noorse foajé ons foyer en in de Portugese fã-clube een fanclub. Wie zich de grammaticale hoofdlijnen eigen heeft gemaakt, begrijpt dat het Zweedse hunden niet ‘honden’ betekent, maar ‘de hond’. (Dat scheelt weer als je een bordje Akta dig för hunden ziet staan – het is er maar één.) Ook herken je in het Spaanse buscamos meteen een wij-vorm, zelfs als je niet weet wat de ‘wij’ in kwestie precies doet.

Lees verder
Geplaatst in 7D7T | Tags: , , , , , | 10 reacties

(17:) De intieme anatomie van het Italiaans

Ik wist het niet toen ik vanmorgen wakker werd, maar vandaag is het de dag van de schunnigheid!

De podcast van John McWhorter waar ik tijdens mijn lunchpauze naar luisterde, ging over de Engelse woorden voor de geslachtsdelen, vooral de mannelijke. Ik ga niet vertellen wat hij vertelt, maar ik beloof verrassingen. Er is een heel boek van hem op komst over taboetermen, Nine nasty words. Ik ben fan (van McWhorter, niet speciaal van die woorden), dus ik zie ernaar uit. Kleine waarschuwing wel: de podcast mikt in de eerste plaats op een Amerikaans publiek, dus als hij de woorden in kwestie publiekelijk moet uitspreken gedraagt hij zich als een jongejuffer.

De rest van de dag was ik bezig een lijst van 2500 frequente Italiaanse woorden door te akkeren. En tot mijn – misschien naïeve – verrassing kwam ik daar nauwelijks minder termen tegen uit de genitale en anale sfeer. Al op nummer 270 staat merda (poep, shit). Op 450: puttana (hoer). Op 509: culo (reet). Op 667: cazzo (lul). Op 1161: vaffanculo, en op 1832 de ingekorte vorm fanculo (zo iets als ‘stop het in je reet’). Op 1221 en 2200 fottuto en fottuta (geneukt, fokking). Op 1308: frega, letterlijk ‘wrijft’, maar vooral gebruikt in een uitdrukking à la ‘het kan me geen reet schelen’. En dan heb ik vast nog wel termen over het hoofd gezien. Ik mis bijvoorbeeld ‘kut’ nog, een begrip dat in andere Romaanse talen (con, coño) net zo gretig wordt gebezigd als in het Nederlands.

Lees verder
Geplaatst in 7D7T | Tags: , , | 2 reacties

(16:) Il ballo

‘De goochelaar’ van Jeroen Bosch

In de Europese talen zijn er twee basiswoorden voor bewegen op muziek. Ik heb het natuurlijk niet over bommen. Het eerste dat ik bedoel is dansen, dancer, dance, tanzen, tańczyć en ga zo maar door. Wij hebben dat uit het Frans, maar het schijnt van oorsprong een Germaans woord te zijn.

Het andere ken ik uit het Spaans als bailar, waar ik het ooit een moeilijk woord vond om te leren. Spanjaarden kúnnen wel danzar, maar dat doen ze zelden; bailar is het huis-, tuin- en dansvloerbegrip. Het is een wat vreemde verbastering van het Latijnse origineel ballare¹, wat nog steeds het Italiaanse woord is.

Lees verder
Geplaatst in 7D7T | Tags: , , , , , | 4 reacties

(15:) Zaai

Vandaag lag er een geestdodend klusje op me te wachten. Ik had mezelf opgelegd om een Spaanse frequentielijst door te ploegen, een woordenlijst dus geordend op hoe vaak die woorden voorkomen in Spaanse teksten. Bovenin wemelt het van de het’s, in’s en haar’s, maar dan in het Spaans: veel functiewoorden, geen inhoudswoorden – veel abstracter kun je een lapje taal niet maken.

Ik heb weinig talent voor eentonige klussen. Het duurt even tot het echt doordringt, maar merkt mijn geest eenmaal dat het werk geestdodend is, dan begint hij als een kat in het nauw alle kanten op te vluchten.

Lees verder
Geplaatst in 7D7T | Tags: , , , , , , | 3 reacties