Reacties op De Dutchionary

‘Een ware traktatie.’
De Dutchionary had in 2020 zelfs, net als mijn vorige boek Babel in 2019, de Onze Taal/ANV-Taalboekenprijs mogen winnen, vindt René van Rijckevorsel in Elsevier

‘Interessante taalgeschiedenissen.’ ‘Leuke, heldere inleiding.’
Ewoud Sanders, NRC

‘Ik vind het fascinerend.’ ‘De Dutchionary – wat een goed woord is dat ook!’
Dolf Jansen, Spijkers met koppen (Radio 2, Nederland)

‘Ruim een kwart [van de trefwoorden] bestaat uit onaardige kwalificaties. Dus laten we ons daar voor de nodige zelfrelativering nog eens in spiegelen.’
Margriet Oostveen in de Volkskrant

Lees verder
Geplaatst in boeken e.d. | Tags: , | 1 reactie

(27:) Eindelijk een klasje!

Eemhuis aan het Eemplein aan de Eem

Ik blog hier nu al een half jaar over dat boek-in-wording van me, Leer in 7 dagen 7 talen lezen. Maar de oorspronkelijke titel luidde anders: Leer in 3 kwartier 3 talen lezen.

In den beginne was het namelijk helemaal geen boek, maar een openbare les, die gepland stond voor het Taalfeest op 12 maart 2020. Maar precies die dag, enkele uren voor aanvang, werden de eerste corona-maatregelen van kracht. En dus ging het feest niet door.

Gelukkig zijn de organisatoren het daarna heel ijzerenheinig net zolang vooruit blijven schuiven tot het weer mocht. En dat is (althans, laten we duimen) op 28 oktober aanstaande.

Eindelijk gaat dus een live publiek van twee keer (maximaal) 35 personen van me horen hoe je geschreven Deens, Noors en Zweeds met wat inspanning best aardig kunt begrijpen. Er zijn nog kaartjes en dus ook nog plaatsen in mijn lessen. Mocht je twijfelen: het taalfeest heeft veel meer te bieden, waaronder optredens van Ronald Snijders en Ingmar Heytze. Wees hartelijk uitgenodigd!

Plaats: Eemhuis, Amersfoort.
Aanvang: 28 oktober, 19.00 uur.
Prijs: €12,50.
Programma: zie hier.
Betaalde parkeergelegenheid is vlakbij; vanaf station Amersfoort Centraal is het één kilometer lopen.

Geplaatst in 7D7T | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

(26:) De geheime bijvangst van het talenonderwijs

De meeste Nederlanders spreken Nederlands én Engels, dat laatste ergens op een schaal van steenkool tot stijlvol. Frans en Duits staan er natuurlijk minder goed voor, maar toch: prik door de gêne heen en bij velen komt er aardig wat school-, tv- en vakantiekennis tevoorschijn. We beschikken kortom over een rijke talige bagage, en die beperkt zich vaak niet eens tot deze Grote Vier.

Het aardige is dat we er iets mee kunnen wat we maar vagelijk beseffen en zelfs moeilijk kunnen geloven, namelijk nauw verwante andere talen lezen. Zoals deze zeven bijvoorbeeld: Fries, Deens, Noors en Zweeds, Italiaans, Spaans en Portugees. Of in ieder geval kunnen we het bijna. Drie dingen – een beetje basisinformatie, een paar trucs en zelfvertrouwen – helpen ons zeker de drempel over. Hebben we ons die drie eigengemaakt, dan wordt zowat heel West-Europa ‘leesbaar’, evenals het grote Latijns-Amerika en het kleine maar nabije Friesland.

Levende Talen Magazine, september 2021

Ik heb het bovenstaande de laatste tijd vaak aan mensen verteld, want ik schrijf er een boek over, Leer in 7 dagen 7 talen lezen. (Dat is nog lang niet af, dus dit wordt geen reclamepraatje.) Ik krijg dan meestal deze reacties: Geweldig zeg, maar kan dat echt, zo snel een taal leren lezen? En we hebben Engels toch? En mijn telefoon kan toch alles vertalen?

Dat ‘geweldig’ geeft de schrijver moed. En die drie twijfels zijn begrijpelijk, dus daar ga ik op in.

Lees verder
Geplaatst in 7D7T | Tags: , | 4 reacties

(25:) Een weeffoutje in het woordenweb

Ongelukken schijnen zich bij voorkeur in kleine hoekjes op te houden, duivels verbergen zich graag in details en soms betekenen woorden precies het omgekeerde van wat ze lijken te betekenen. Deze week stuitte ik op een groepje Scandinavische woorden waarvoor dat geldt: het Zweedse skrupulös, het Deense skrupelløs en het Noorse skruppelløs.

Raad eens: wat betekenen die?

Allemaal ‘scrupuleus’, denk je? Geen rare gedachte. Tenslotte schrijven de Scandinaviërs liever k dan c, en ø of ö in plaats van onze eu. Franse leenwoorden als melodieus, rigoureus en nerveus zien er in het hoge noorden uit als melodiøs, rigorøs en nervös.

Lees verder
Geplaatst in 7D7T | Tags: , , , | 4 reacties

(24:) Hus Ellen en Koen

Is huis een voorzetsel? Natuurlijk niet. Je kunt er hoogstens een van maken. Althans, ten huize van is een vaste voorzetselgróép. Maar in het dagelijks leven zeggen we meestal gewoon bij: ‘We waren gisteren bij Ellen en Koen.’

Had huis een voorzetsel kunnen worden? O, zeker. Het zelfstandig naamwoord richting is het zo vergaan, via de tussenstap van in de richting van: ‘Ik zeg dit vooral (in de) richting (van) de gemeenteraad.’ Ook ondanks, namens en vanwege zijn ontstaan uit zelfstandige naamwoorden. Net zo had de voorzetselgroep ten huize van zich kunnen ontwikkelen tot het kort-en-krachtige voorzetsel huize of misschien wel huis. Dan hadden we nu gezegd: ‘We waren gisteren huize/huis Ellen en Koen.’

Had gekund, is niet gebeurd. Althans, niet in het Nederlands. Maar in sommige andere talen wel.

Lees verder
Geplaatst in 7D7T | Tags: , , , , , , , | 5 reacties

Eén gen is geen geen

Patrick Neufelder, Pixabay

Waarom heeft het woord gen als meervoud niet ‘gennen’ maar genen?

Het komt wel vaker voor dat een korte /e/ in het meervoud een lange /ee/ wordt: weg-wegen, bevel-bevelen, enzovoort. Maar zulke gevallen zijn allemaal te herleiden tot het Oudnederlands (zoals hier mooi wordt uitgelegd). Met gen moet iets anders aan de hand zijn, want het woord bestaat pas iets meer dan een eeuw.

Bedacht is het waarschijnlijk in het Deens (gen, meervoud gener), namelijk door de Deense bioloog Wilhelm Johannsen (1857-1927). Maar hij maakte het wereldkundig in het Duits (Gen, meervoud Gene), toentertijd de dominante wetenschapstaal. In beide talen worden het enkelvoud én het meervoud uitgesproken met een /ee/, dus daar kan ons e-ee-verschil in de uitspraak niet vandaan komen. Wat wel kan, is dat we het Duits lichtjes hebben aangepast (hoofdletter weg, meervouds-n erachter) en vervolgens op zijn Nederlands zijn gaan uitspreken. Spellinguitspraak heet dat, en het komt wel vaker voor. Jute bijvoorbeeld; in het Engels heet dat /dzjoet/.

Maar daarmee zijn we er nog niet helemaal.

Lees verder
Geplaatst in Nederlandse taal | Tags: , , , , , , , | 3 reacties

(23:) Oslo aan de Maas

Nuttige parallellen tussen talen laten zien: dat is wat ik keer op keer doe in het boek waar ik aan werk, Leer in 7 dagen 7 talen lezen. Parallellen tussen Nederlands en Fries, tussen Nederlands en Scandinavisch, tussen Engels en de Romaanse talen, enzovoort. En daarbij stuit ik af en toe op dingen die me niet eerder waren opgevallen.

Vandaag weer. Ik was aan het beschrijven dat in de Scandinavische talen de uitgang t vaak op ‘onzijdig’ duidt: het onzijdige onbepaalde lidwoord (et of ett), het onzijdige bijvoeglijk naamwoord (godt of gott). In het Nederlands hebben we dat niet. Ons onbepaalde lidwoord een heeft geen onzijdige variant op t; ons bijvoeglijk naamwoord goed heeft geen onzijdige variant ‘goedt’. Het Scandinavisch, zo dacht ik, zal op dit punt wel iets ouds hebben bewaard dat wij kwijt zijn geraakt.

Tot ik me realiseerde dat wij het wel degelijk ook nog hebben – en ik waarschijnlijk nog iets meer dan jij.

Lees verder
Geplaatst in 7D7T, vreemde talen | Tags: , , , , , , , | 4 reacties

(22:) Wie niet gerft en taakt, zal zwelten

Jawel, jawel, ik ben nog steeds bezig met het boek Leer in 7 dagen 7 talen lezen. En al heb ik er een poos niet over geblogd – tijdsdruk, zomer, van die dingen –, ik geniet er enorm van. Echt, ik hóú van schrijven. Er zijn schrijvers die niet kunnen geloven dat dat kan. Ga wat leukers doen, denk ik dan.

Inmiddels ben ik aangekomen bij het hoofdstuk over het Deens, Noors en Zweeds. Een van de aantrekkelijkheden daarvan is dat ze zo veel woorden hebben die in het Nederlands verouderd zijn. Sommige zijn nog herkenbaar: forsvinde (‘verdwijnen’; de spelling is Deens), dat is natuurlijk verwant aan ons likkebaardend archaïsche woord verzwinden. En mocht je dat niet kennen, dan heb je vast wel van het Duitse verschwinden gehoord. In al die talen is het een sterk werkwoord: forsvinde, forsvandt, forsvundet; verzwinden, verzwond, verzwonden; verschwinden, verschwand, verschwunden.

Lees verder
Geplaatst in 7D7T, vreemde talen | Tags: , , , , | 5 reacties

(21:) Sorpresa!

Verrassende dingen lezen is leuk, maar verrassende dingen zelf ontdekken is nog leuker.

Zo ontdekte ik, lang geleden alweer, dat de meervoudsuitgang van Italiaanse mannelijke naamwoorden, -i, sprekend leek op de Latijnse, en om precies te zijn op de eerste naamval – ook -i. Dat lijkt misschien logisch – tenslotte spraken de Romeinen ooit Latijn en nu Italiaans. Maar zo logisch is dat niet, want in de andere Romaanse talen is het anders; daar hebben ze de vierde naamval bewaard, die steevast op -s eindigt.

We kunnen de overeenkomst zelfs in het Nederlands zien, dankzij een aantal leenwoorden uit beide talen:
· Latijn: musicus – musici, cyclus – cycli, intimus – intimi.
· Italiaans: solo – soli, saldo – saldi, antipasto – antipasti.

Lees verder
Geplaatst in 7D7T, vreemde talen | Tags: , , | Een reactie plaatsen

(20) Hij waste zo’n beetje iedereen

Voornaamwoorden herbergen vaak verrassingen. Het Friese men schijnt te impliceren dat je óók jezelf bedoelt; anders zeg je se. Het Scandinavische sin, een broertje van ons zijn, kan alleen maar terugslaan op het onderwerp van de zin, net zoals bij ons het woordje zich dat moet. Het Spaanse woord ustedes is in Europa beleefd (‘u’), maar in Latijns Amerika niet speciaal (‘jullie’).

En zo stuitte ik vandaag op een merkwaardigheid van het Sardisch, de taal van Sardinië. Of om heel precies te zijn: van de zuidelijke variant daarvan, het Campidanese, want daar ging de grammatica over die me in handen viel. Je komt nog eens ergens als je een boek schrijft waarin je drie Romaanse talen fileert.

Lees verder
Geplaatst in 7D7T, vreemde talen | Tags: , , , , | 3 reacties

(19:) Hoe ik een instituut werd

Ik heb een assistent! Nou ja, heel even maar, omgerekend drie volle werkdagen. Maar dan nog. Het is voor mij nieuw, en ik moet een beetje wennen aan het idee. Meelezers die nuttig commentaar leveren, dat verschijnsel ken ik. Maar een assistent…

Vorige week stuurde een student van een gerenommeerde Amerikaanse universiteit mij een mailtje; laat ik haar C. noemen. C. studeert iets taalkundigs en was enthousiast over een van mijn boeken. Of ze deze zomer ‘bij mijn onderzoek kon helpen’. 

Lees verder
Geplaatst in 7D7T | 3 reacties