(39:) Kunnen we ook Slavische talen ‘temmen’?

Alle Germaanse talen lijken op het Nederlands, en de Romaanse talen zijn vertrouwd omdat ze het Nederlands zo beïnvloed hebben. Maar hoe zit het eigenlijk met de derde grote groep van Europa, de Slavische talen? In mijn boek Zeven talen in zeven dagen laat ik zien hoe we Germaans en Romaans snel kunnen ‘temmen’ omdat er zo veel vertrouwds in zit. Geldt dat voor het Slavisch ook?

Het korte, ongenuanceerde antwoord is: nee. Met de kennis die we al hebben, komen we in dit geval veel minder ver. Weliswaar treffen we internationale woorden als aplikacija en analýza aan, maar het zijn er in het algemeen te weinig om zelfs maar de hoofdlijn in teksten te herkennen. Maar nutteloos is onze Germaans-Romaanse voorkennis nou ook weer niet.

Ik wil dat illustreren aan de hand van één woord: het Poolse werkwoord ważyć. De basisbetekenis daarvan is ‘wegen’; de uitspraak is ongeveer ‘vazjitsj’. Ik zal zes aanknopingspunten noemen, waarvan nummer 5 mijzelf het meest heeft verrast.

1. De w
Alle andere Slavische talen spellen de v-klank met de letter v (of zijn cyrillische tegenhanger, de в). Dat het Pools consequent de w gebruikt, is niet los te zien van de Duitse traditie, waarin de v-klank meestal als w wordt gespeld. Wordt het Pools daar voor ons toegankelijker van? Wel bij Duitse leenwoorden als wanna (badkuip), wihajster (dinges – ‘wie heißt er’) en winkiel (hoek), maar juist niet bij Romaanse leenwoorden, zoals wojaż (van voyage), Wenecja (Venetië) en wakcyna (vaccin).

2. De etymologie
Ważyć betékent niet alleen ‘wegen’, het is er ook nauw aan verwant. Ważyć is namelijk afgeleid van het zelfstandig naamwoord waga, dat ‘gewicht’ of ‘weegschaal’ betekent. Dat waga komt van het Duitse Waage, dat natuurlijk het zusje is van ons waag. En dat komt weer van het werkwoord wegen. (In mijn dialect is een weegschaal ’n waog, waarmee het Poolse woord dus nóg een beetje dichterbij komt.)

3. De fonologie
Maar waarom is het werkwoord dan niet ‘wagyć’, met een g? Dat is omdat in het Pools de /g/ in allerlei posities in een /zj/ kan veranderen, en de spelling laat dat zien. Die klankverandering lijkt raar, maar is bijvoorbeeld ook in het Frans talloze malen voorgekomen, onder invloed van de volgende klinker. In een woord als obliger is de oude Latijnse /g/-klank een /zj/ geworden onder invloed van de volgende /e/, maar in obligation is de /g/-klank behouden gebleven, omdat de /a/ dat effect niet heeft. Het is overigens niet zo dat het Frans het Pools op dit punt heeft beïnvloed, noch vice versa. Die overgang van /g/ naar /zj/ is in allerlei talen van de wereld opgetreden.

4. De uitgang
Ważyć is een werkwoord van – wat in het Pools soms wordt genoemd – de ‘tweede conjugatie’: in de meeste uitgangen staat de letter i of, zoals hier, y. Andere groepen werkwoorden worden gekenmerkt door de e dan wel de a, en er is ook nog een onregelmatige vierde groep. Dat doet allemaal erg denken aan de Romaanse talen en het Latijn. Zo kennen ook Spaanse werkwoorden drie groepen, gekenmerkt door de klinkers, a, e en i in hun uitgangen. Ik ben er altijd van uitgegaan dat deze overeenkomst behoort tot het gezamenlijke erfgoed van de Slavische en Romaanse talen – beide groepen behoren immers tot de Indo-Europese familie. Maar nu ik dat probeer na te kijken, kan ik er geen aanwijzingen voor vinden. Ik ben benieuwd hoe die frappante gelijkenis dan wél is ontstaan. Eén of andere algemene klankverandering, net als onder punt 3?

Wat in ieder geval wel Indo-Europese wortels heeft, zijn de persoonsuitgangen van het vervoegde werkwoord. Zo heeft het Pools voor de jij-vorm de uitgang -sz (/sj/), waar het Spaans de Latijnse -s heeft behouden. En in de wij-vorm is de uitgang -my, tegenover het Spaanse -mos.

5. Een tweede betekenis
Naast het kale ważyć voor ‘wegen’ bestaat ook het wederkerende ważyć się. Dat betekent ten eerste, heel saai, ‘zich wegen’: op de weegschaal stappen om je gewicht af te lezen. Maar het betekent ook, en nu wordt het leuk, ‘wagen’. Wegen lijkt al een beetje op ważyć en waga, maar wagen lijkt er nóg meer op. En de overeenkomst is ook geen toeval, want wagen en ważyć się zijn ontstaan uit dezelfde beeldspraak, namelijk ‘jezelf in de waagschaal stellen’ (in de ‘waga’ dus). Ik had me dat verband in het Nederlands nog nooit gerealiseerd, maar door het Pools kwam ik er nu achter.

6. Afleidingen en samenstellingen
Europese talen zijn er dol op om woorden van voor- en achtervoegsels te voorzien, en het Pools doet dat nog een slagje geestdriftiger dan het Nederlands. Ook samenstellingen komen in het Pools voor, al kan het op dat punt niet tippen aan het Nederlands. Enkele voorbeelden met ważyć en waga zijn noemenswaardig:
ważny: –ny is een uitgang die bijvoeglijke naamwoorden vormt, ongeveer zoals ons -ig of –lijk. Het woord ważny betekent ‘gewichtig, belangrijk’.
przeważająco: prze- is onder meer ‘over’, –ając- is de uitgang van onvoltooide deelwoorden, –o duidt bijwoorden aan – ‘overwegend’ dus.
równowaga: równy betekent ‘gelijk’, dus równowaga is ‘evenwicht’, ongetwijfeld geïnspireerd op het Duitse Gleichgewicht of het Latijnse aequilibrium. Er is weer een werkwoord równoważyć van afgeleid: ‘in evenwicht brengen, opwegen’.
rozważyć: letterlijk betekent dat ‘uiteenwegen’; in het Nederlands zeggen we ‘afwegen, overwegen’.

Kortom, naarmate ik het Pools beter doorzie, wordt me steeds duidelijker hoe hecht het is opgenomen in het Europese talenweefsel. En dat maakt het weer makkelijker om woorden te ontsleutelen die ik nog niet ken. Maar een Slavische taal als het Pools in korte tijd temmen, dat zit er voor ons dus echt niet in. Totdat je er één onder de knie hebt – want dan zijn de volgende zeven ineens heel goed tembaar!

*****

Dit is aflevering 39 van een serie over mijn boek ‘Zeven talen in zeven dagen’. Koop het bij je favoriete boekhandel of bestel het hier.

Dit bericht werd geplaatst in 7D7T, vreemde talen en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op (39:) Kunnen we ook Slavische talen ‘temmen’?

  1. Mark zegt:

    Interessant! Ik had mij nooit gerealiseerd dat de overgang van “g” naar “ž” ook in de Romaanse talen voorkwam. In Slavische talen is die overgang inderdaad zeer gebruikelijk. Zo is in het Kroatisch de 1e persoon enkelvoud van “lagati” (liegen) “lažem” (ik lieg); of “bog” (god) en “bože” (wanneer je god aanroept, vokativ).

    Qua spelling heb je trouwens wel de taaiste Slavische taal gekozen…

    Like

    • Gaston zegt:

      De Poolse spelling valt wel mee hoor, al moet ik toegeven dat ik haceks (č, š, ž) prefereer boven al die z’s (cz, sz, rz). Met uitzondering van ż en rz, die dezelfde klank verbeelden, is de spelling heel consistent. Ook in het Pools is trouwens boże de vocatief van god, met als nominatief bóg.

      Like

  2. Zorgtaal zegt:

    Als student Noors heb ik in 1984 bij Arthur Langeveld aan de Utrechtse universiteit een jaarlang een bijvak Russisch gedaan: drie maanden grammaticacollege, dan thuis zelfstandig 300 pagina’s Russisch lezen (ik beperkte mij tot toneelstukken van Tsjechov), tot slot terugkomen voor examen. Ik was toen wat blij met elke Indo-Europese verwantschap, zoals bij mijn herkenning van ons ‘appel’ in jabloko en van ons ‘melk’ in maloka, maar ook bij koppeling van Noors ‘lege’ (arts) met Russisch lekare (arts). Ik haalde mijn ezelsbruggetjes overal vandaan: paroekmachare = kapper (pruikenmaker) enzovoort.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s