(18:) Poetin en andere bijtertjes

Ik heb de laatste tijd vaak aan mensen verteld over mijn boek-in-wording Leer 7 talen lezen in 7 dagen. Ik krijg dan meestal drie reacties. Ten eerste: geweldig – maar kan dat echt, zo snel een taal leren lezen? Ten tweede: is dat nog wel nodig nu Engels zo wijdverbreid is? En ten derde: met een vertaalprogramma kan ik een vreemde taal toch net zo goed lezen? Dat ‘geweldig’ geeft de schrijver moed, want de schoorsteen moet roken. En die twijfels zijn begrijpelijk, dus daar ga ik op in.

Om te beginnen: ja, het kan, met behulp van wat basisinformatie, een paar trucs en zelfvertrouwen.

De basisinformatie draait om de spelling, grammatica en woordenschat van de talen in kwestie, maar dan op basis van wat we al weten en gericht op herkenning, niet op productie. Wie de hoofdlijnen van de spelling kent, herkent in het Noorse foajé ons foyer en in de Portugese fã-clube een fanclub. Wie zich de grammaticale hoofdlijnen eigen heeft gemaakt, begrijpt dat het Zweedse hunden niet ‘honden’ betekent, maar ‘de hond’. (Dat scheelt weer als je een bordje Akta dig för hunden ziet staan – het is er maar één.) Ook herken je in het Spaanse buscamos meteen een wij-vorm, zelfs als je niet weet wat de ‘wij’ in kwestie precies doet.

Lees verder
Geplaatst in 7D7T | Tags: , , , , , | 10 reacties

(17:) De intieme anatomie van het Italiaans

Ik wist het niet toen ik vanmorgen wakker werd, maar vandaag is het de dag van de schunnigheid!

De podcast van John McWhorter waar ik tijdens mijn lunchpauze naar luisterde, ging over de Engelse woorden voor de geslachtsdelen, vooral de mannelijke. Ik ga niet vertellen wat hij vertelt, maar ik beloof verrassingen. Er is een heel boek van hem op komst over taboetermen, Nine nasty words. Ik ben fan (van McWhorter, niet speciaal van die woorden), dus ik zie ernaar uit. Kleine waarschuwing wel: de podcast mikt in de eerste plaats op een Amerikaans publiek, dus als hij de woorden in kwestie publiekelijk moet uitspreken gedraagt hij zich als een jongejuffer.

De rest van de dag was ik bezig een lijst van 2500 frequente Italiaanse woorden door te akkeren. En tot mijn – misschien naïeve – verrassing kwam ik daar nauwelijks minder termen tegen uit de genitale en anale sfeer. Al op nummer 270 staat merda (poep, shit). Op 450: puttana (hoer). Op 509: culo (reet). Op 667: cazzo (lul). Op 1161: vaffanculo, en op 1832 de ingekorte vorm fanculo (zo iets als ‘stop het in je reet’). Op 1221 en 2200 fottuto en fottuta (geneukt, fokking). Op 1308: frega, letterlijk ‘wrijft’, maar vooral gebruikt in een uitdrukking à la ‘het kan me geen reet schelen’. En dan heb ik vast nog wel termen over het hoofd gezien. Ik mis bijvoorbeeld ‘kut’ nog, een begrip dat in andere Romaanse talen (con, coño) net zo gretig wordt gebezigd als in het Nederlands.

Lees verder
Geplaatst in 7D7T | Tags: , , | 2 reacties

(16:) Il ballo

‘De goochelaar’ van Jeroen Bosch

In de Europese talen zijn er twee basiswoorden voor bewegen op muziek. Ik heb het natuurlijk niet over bommen. Het eerste dat ik bedoel is dansen, dancer, dance, tanzen, tańczyć en ga zo maar door. Wij hebben dat uit het Frans, maar het schijnt van oorsprong een Germaans woord te zijn.

Het andere ken ik uit het Spaans als bailar, waar ik het ooit een moeilijk woord vond om te leren. Spanjaarden kúnnen wel danzar, maar dat doen ze zelden; bailar is het huis-, tuin- en dansvloerbegrip. Het is een wat vreemde verbastering van het Latijnse origineel ballare¹, wat nog steeds het Italiaanse woord is.

Lees verder
Geplaatst in 7D7T | Tags: , , , , , | 4 reacties

(15:) Zaai

Vandaag lag er een geestdodend klusje op me te wachten. Ik had mezelf opgelegd om een Spaanse frequentielijst door te ploegen, een woordenlijst dus geordend op hoe vaak die woorden voorkomen in Spaanse teksten. Bovenin wemelt het van de het’s, in’s en haar’s, maar dan in het Spaans: veel functiewoorden, geen inhoudswoorden – veel abstracter kun je een lapje taal niet maken.

Ik heb weinig talent voor eentonige klussen. Het duurt even tot het echt doordringt, maar merkt mijn geest eenmaal dat het werk geestdodend is, dan begint hij als een kat in het nauw alle kanten op te vluchten.

Lees verder
Geplaatst in 7D7T | Tags: , , , , , , | 3 reacties

Vertaalde beelden

Hoe denken vormgevers toch? Ik bewonder wat ze kunnen, maar snappen doe ik ze vaak niet.

Neem mijn beide Engelstalige boeken, Lingo en Babel. Die hebben van binnen het nodige van elkaar weg, want ze bevatten allebei enkele tientallen taalverhalen en waarschijnlijk is te merken dat dezelfde auteur aan het woord is. Dat beide boeken van buiten op elkaar lijken, vind ik dan ook niet gek. De Britse paperbackversie (rechts) van Babel is zelfs nog duidelijk op Lingo geënt dan de oorspronkelijke versie met harde kaft (midden).

Lees verder
Geplaatst in boeken e.d. | Tags: , , , | 3 reacties

(14:) Schrijven is…

Ik ben meer van de ‘schrijven is schaven’-school dan van het ‘schrijven is schrappen’-dogma. Behalve de afgelopen anderhalve week. Zelden heb ik zó zitten indikken, weglaten, opruimen, uitdunnen, doorhalen en af laten gaan. Kan de kern nog helderder? Kunnen de voorbeelden nog meer licht erop werpen? Kunnen de bijzaken nog bondiger?

De paragraaf waaraan ik werk wordt geleidelijk korter; de tijd die ik eraan besteed, krimpt helaas niet mee. En al die moeite doe ik voor één onderwerpje: de voor- en achtervoegsels in de Romaanse talen. Die beslaan maar één van de zoveel paragrafen in het hoofdstuk over Italiaans, Spaans en Portugees. En dat is maar een van de vier hoofdstukken in het boek.

Ik hoop maar dat het me bij het volgende onderwerp sneller lukt om de essentie beknopt en helder over te brengen. Niet dat ik me helemaal tot die essentie wil beperken, want dan wordt het boek onleesbaar. Maar alle aantrekkelijke extra’s moeten of functioneel zijn, of als herkenbare franje in de kantlijn staan.

Kom, laat ik de tekst van deze paragraaf maar eens wegleggen. Want schrijven is ook: af en toe stoppen met schaven en schrappen.

****

Dit is aflevering 14 van een doorlopende serie over het schrijven van mijn boek ‘Leer in zeven dagen zeven talen lezen’.

Geplaatst in 7D7T | Tags: | 2 reacties

(13:) I like to move it (or not) move it

Wat is een meubel? Etymologisch gezien: een ding dat je kunt bewegen. Iets beweegbaars heette in het Latijn mobile (move-able, zeg maar). Dat Latijnse woord kreeg in het Frans de vorm meuble – en wij maakten er meubel van.

Ook in andere Romaanse talen is het zo gegaan: mobile en móvel zijn Italiaans en Portugees voor ‘beweegbaar’ én voor ‘meubel’. Het Spaans heeft twee verschillende, maar duidelijke verwante woorden: móvil en mueble.

Waar stáát zo’n beweegbaar meubel? In een bewegingloos huis, natuurlijk, of in een ander gebouw dat zich niet verroert – een onroerend goed. In een bien immeuble kortom, een bene immobile, bien inmueble, bem imóvel.

Ik heb het al vaker gezegd: de Europese talen lijken wel dialecten van elkaar.

****

Dit is aflevering 13 van een doorlopende serie over het schrijven van mijn boek ‘Leer in zeven dagen zeven talen lezen’. Voor de titel, zie hier en hier.

Geplaatst in 7D7T | Tags: , , , , , , | 4 reacties

Secuur in boeken, slordiger op Twitter. En dat blijft zo

Ik kreeg onlangs een heuse rant over me heen, en daarna nog een toegift in tweet-vorm. Aanleiding was in beide gevallen een kaartje dat ik via Twitter had verspreid. Op het ene stond een vertaling van het woord ‘worst’ in enkele tientallen Europese talen. Daar ging de rant over. Op het andere werden de namen van 27 Amerikaanse staten herleid tot inheemse woorden. De criticus – Christopher Bergmann, een online kennis van me die ik interessant en aardig vind – had de kaartjes (zie onder aan deze poost) gewogen en te licht bevonden. En hij had argumenten.

‘Ten eerste leggen zulke kaarten een onaanvaardbaar verband tussen staat en taal.’

Dat klopt in feite niet helemaal: op de gewraakte kaart vallen de landsgrenzen en de taalgrenzen zeker niet samen. Maar Christophers punt is vooral dat variatie binnen ‘standaardtaal-gebieden’ op een kaart als deze verloren gaat, en dat klopt wel – zo’n taalgebied wordt op het kaartje inderdaad een eenheidsworst. Maar is dat erg? Ik ben óók dol op kaarten die dialectvariatie laten zien, in elke taal die ik ook maar een beetje begrijp. (Zelf noem ik ‘worst’ in mijn streektaal woos, terwijl mijn familie van vaderskant woorsj zegt.) Maar ik vind het net zo goed interessant om te zien hoe een bepaald begrip in allerlei standaardtalen heet. Natuurlijk versimpelt zo’n kaart de werkelijkheid. Dat is nu eenmaal het wezen van kaarten. Ook van dialectkaarten (zie dit artikel van Miet Ooms). Sterker nog: van alle informatie die we tot ons nemen.

Lees verder
Geplaatst in zonder categorie | Tags: , , | 5 reacties

Van grijze klanken die kleurige woorden worden

Hoe gaat het met je Pools, Gaston? Niet onaardig, al zeg ik het zelf. (Leuk dat je het vraagt trouwens.) Dat ik heel veel niet begrijp en niet kan zeggen is nog steeds frustrerend, maar eerlijk is eerlijk, het is frustratie op een geleidelijk hoger niveau. Waarschijnlijk is dat hoe vorderen werkt: je beweegt van het ene naar het volgende niveau waarop je gefrustreerd bent.

Laat ik, alvorens te klagen over iets wat stagneert, eerst de positieve punten melden. Ik herken veel meer woorden, zowel de letters als de klanken. Ik kan veel meer woorden zelf gebruiken. Sommige woorden beginnen zelfs vanzelfsprekend te voelen: natúúrlijk is miasto ‘stad’, wat zou het anders moeten zijn? Als ik praat vergt de grammatica nog steeds veel rekentijd in mijn hoofd, het gaat geregeld mis en af en toe voelt het alsof de betreffende hersenkwab oververhit raakt. Maar toch, ik kom er meestal wel uit, als ik maar niet te ambitieus word in wat ik wil uitdrukken. Het gevolg is dat ik veel teksten inmiddels half snap en dat ik uit mijn woorden kom, zij het in een primitief taaltje. Daar had ik aan het begin, anderhalf jaar geleden, grif voor getekend. Het is dertig jaar geleden, schat ik, dat ik dit voor het laatst klaar heb gespeeld in een (echt) nieuwe taal.

Lees verder
Geplaatst in vreemde talen | Tags: , | Een reactie plaatsen

Hoegenaamdheid

Ik vind hoeveelheid een mooi woord. Overduidelijk een leenvertaling uit het Latijn, want quantitas (kwantiteit) zit exact hetzelfde in elkaar, maar dat geeft niks. Beter goed vertaald dan slecht verzonnen. Ook hoedanigheid, afgeleid van qualitas, vind ik mooi, al was hoeheid misschien ook al genoeg geweest.

Lang geleden hadden een verkering en ik verschil van inzicht over hoe vaak we met elkaar zouden afspreken. Over de frequentie dus, maar omdat we frequentie allebei een wat ongezellig academisch woord vonden, noemden we dat de hoevaakheid. Ik gebruik het nog wel eens, maar nooit zonder aan haar te denken. Ze is dood (het was toen al uit), dus hoevaakheid is, hoe speels en bruikbaar ook, voor mij een wat verdrietig  woord geworden. Toch wil ik het van harte bij je aanbevelen. Hoevaakheid. Beter dan frequentie toch?

Hetzelfde procedé kun je natuurlijk breder toepassen. Wieheid voor ‘identiteit’. Hoeverheid voor ‘afstand’ (maar afstand is ook al prima). Wanneerheid als samenvattend begrip voor ‘datum en tijdstip’.

Alleen waarheid is wat problematischer, als dat de betekenis ‘situatie’ of ‘ligging’ of ‘locatie’ zou moeten krijgen. Tenzij we het spellen als waar?heid. Moeten we het wel uitspreken met een vragende intonatie.

Al past een vragende intonatie misschien nog wel beter bij die andere betekenis van waarheid.

Geplaatst in Nederlandse taal, taal algemeen, vertalen | Tags: , , | 8 reacties