Lezende lezer, lees!

Wat hebben malaria, de pest en de ziekte van Lyme met elkaar gemeen? Dat de ziektekiemen worden overgedragen door dieren: respectievelijk muskieten, rattenvlooien en teken. Het zijn daarom vector-borne diseases, lees ik in een Engels stuk.

Vector-borne? Even denken. Vector – oja, Latijn voor ‘drager’. En borne? Engels voor ‘gedragen’, het voltooid deelwoord van to bear, ‘dragen’. Ik heb hem: een ziekte die gedragen wordt door een drager. Helder. Reuze informatief ook. Maar niet heus.

Meer heb ik aan dit author-written stukje niet toe te voegen. Ik moet weer even wat andere actor-done daden gaan doen.

Geplaatst in vreemde talen | Tags: , , , | 1 reactie

Đê țåĺēñ ʊäņ Ęůřøþă

Afschminken: dat is wat wij met ons onderwerp doen in Đê țåĺēñ ʊäņ Ęůřøþă, het boek-in-wording van taalkundige Jenny Audring en mij. Engels een handige wereldtaal? Fins moeilijk om te leren? Kroatisch een táál? Het mocht wat! Niets is wat het lijkt in de talige uitdragerij die Europa heet. Het Wit-Russisch wil van zijn naam af, het Retoromaans bestaat pas 25 jaar en het Faerøers…
– Het wát?
– Het Faerøers.
– Nee, nou moeten jullie ophouden. Dat bestaat niet.
– Goed, dan bestaat het niet. Net als het Monegaskisch, het Sorbisch en het Roetheens zeker. Maar wat we wilden zeggen: van veel talen bestaan wijdverbreide beelden. Bijvoorbeeld dat ze niet bestaan, of juist dat ze wel bestaan (Servisch), dat ze op elkaar lijken (Hongaars en Fins), dat ze niet in Europa thuishoren (Turks, Arabisch), dat ze uitgestorven zijn (Latijn), dat ze heel oud zijn (Litouws), enzovoort. Allemaal aanvechtbaar, half waar of gewoon fout.
Daarnaast hebben veel talen een geheim. Het Bulgaars is vreemdgegaan met het Albanees, het Roemeens is verdwaald, het Nederlands is een treurige koloniaal met meer onechte dan wettige kinderen, het IJslands negeert de buitenwereld, het Hongaars voelt zich eenzaam, het Baskisch vindt dat het Hongaars niet zo moet overdrijven, het Iers wordt vrijwel alleen nog in Brussel en Straatsburg gesproken, het Noors heeft een meervoudige persoonlijkheid, het Tsjechisch wordt gehaat door typografen, het Duits is Nederlands voor gevorderden en het Sloveens heeft een zeldzame grammaticale afwijking.

Đê țåĺēñ ʊäņ Ęůřøþă (het is nog maar een werktitel) is kortom een onthullende, respectloze reis door het taallandschap van ons continent, waarbij geen reputatie wordt ontzien. De grote jongens – Frans, Spaans, Russisch – worden net zo hard aangepakt als de dreumesen (Sami, Cornish, Sardijns).
Die reis begint overigens met een sprookje. Over een taal, ergens ver weg, niemand weet waar, en lang geleden, toen de dieren net niet meer spreken konden en de mensen nog niet zo lang; over een taal waarvan niemand de eigenlijke naam weet en die niemand meer spreekt; over een taal waarvan de afstammelingen zich verspreid hebben over heel Europa en een flink deel van Azië, en later over de hele wereld; over de taal, kortom, die wetenschappers, in dat lelijke jargon van hen, Proto-Indo-Europees noemen en die in al zijn moderne nazaten sporen heeft achtergelaten, maar in elke nazaat weer andere.
Na dat sprookje nemen we de lezer mee op tournee kriskras door Europa, van Albanees via Fries, Jiddisch en Portugees naar Zweeds. Een tournee van korte monologen, hoogstens duizend woorden lang, met betrouwbare informatie verpakt in een stevige mening. De lezer kan ons alfabetische reisplan volgen of zijn eigen route kiezen.

We hébben het overigens niet alleen over taaldiversiteit, we brengen die ook in de praktijk. We schrijven allebei in onze moedertaal: de een in het Duits, de ander in het Nederlands. Vervolgens vertalen we elkaars teksten in onze eigen taal, waarbij we onszelf en elkaar enige vrijheid gunnen. Zo ontstaat een eeneiige boekentweeling: Đıê Şρŕāćħëñ Ęůřøþăș en Đê țåĺēñ ʊäņ Ęůřøþă.

***

Vraag aan de lezers van dit blog: zouden jullie dit boek kopen? Voor jezelf, of anders als cadeau? (Als je een seintje wilt krijgen wanneer het verschijnt, hopelijk volgend jaar, dan kun je dat nu al melden: ongast[at]gastondorren[punt]nl.) Suggesties, zoals informatie over minder bekende talen of een pakkende titel, zijn natuurlijk ook welkom.

Geplaatst in boeken e.d., vreemde talen | Tags: , , , , | 21 reacties

De vraag is waarom (2)

Leerzaam, dat blog over de puntkomma, en dan vooral door de reacties die het opriep. Wat is me opgevallen?

1. Dat het tekstje erg veel lezers trok: ruim het dubbele van het meest gelezen blog tot dan toe (op dit moment 66 om 26). Voor een deel zal dat zijn omdat minstens twee mensen mijn aankondiginkje op Twitter (tweet) doorgestuurd (geretweet) hebben. Ik neem aan dat ze het onderwerp aardig vonden, maar vermoedelijk speelde ook mee dat het stukje eindigde met een vraag aan de lezer.

2. Dat die reacties inhoudelijk behoorlijk uiteenliepen. Vijf mensen wilden van de puntkomma in de titel af, maar ze kozen uiteenlopende oplossingen: een dubbele punt (twee maal), een komma (een maal) en helemaal geen leesteken (twee maal).
Met de suggestie van een komma kan ik het niet eens zijn. Al is dat nog knap lastig te beargumenteren, want in de zin De vraag is, waarom je dat deed vind ik de komma veel minder misplaatst.
In de suggestie om géén leesteken te plaatsen in de titel kan ik me goed vinden. Wel moet dan het vraagteken weg, omdat ‘waarom’ nu van een directe in een indirecte vraag verandert. Vergelijk Hij vroeg: “Waarom (doe je dat)?” met Hij vroeg waarom (ik dat deed). De vraag is waarom vind ik uiteindelijk de beste optie. Die staat dan ook boven dit vervolgblogje. Waarom zonder punt? Omdat het een kop is.

3. Dat één reacteur bevestigde dat hij de puntkomma als een compromis tussen komma en dubbele punt gebruikt. Ik vrees dat ik dit als een misvatting moet beschouwen. Als de puntkomma al een compromis is, dan tussen punt en komma. Een dubbele punt kondigt altijd iets aan: een citaat, een opsomming, een voorbeeld, een definitie, etc. Dat kan een puntkomma niet. Een punt sluit een zin af en zorgt dus voor een kleine pauze tot het begin van de volgende zin. Een komma heeft diverse functies, waaronder het creëren van een nog kleinere pauze dan een punt doet. Al naar gelang hoe groot de pauze is die de schrijver beoogt, kiest hij voor een punt of een komma – of, als compromis, een puntkomma. (Zie ik daar vingers? Ah, het gedachtestreepje. Daarover een andere keer.)

4. Dat één reacteur de knipoog-smiley als oorzaak voor de opleving van de puntkomma beschouwde. Dat klinkt aannemelijk. Tot enkele jaren geleden was de puntkomma zo schaars, dat het indrukken van de puntkomma/dubbelepunttoets in ons spiergeheugen waarschijnlijk onlosmakelijk verbonden was met het indrukken van de hoofdlettertoets. Althans, onlosmakelijk op korte termijn. Sinds de knipoogsmiley breed ingang heeft gevonden, zijn die twee handbewegingen alsnog van elkaar losgemaakt.

5. En ten slotte dat deze hele kwestie triviaal lijkt, maar het niet per se is. Want in mijn pogingen antwoord te geven op de reacties stuitte ik op de volgende uitspraak van Harry Mulisch, geciteerd in het schitterende Handboek Stijl van Peter Burger en Jaap de Jong: ‘Het kan vóórkomen dat ik me drie of vier uur zit af te vragen of ik een punt of een puntkomma zal zetten.’

Geplaatst in Nederlandse taal | Tags: , , | 3 reacties

De vraag is; waarom?

Een puntkomma is zo iets als een messenlegger: je weet dat ie bestaat, maar in het dagelijks leven mijd je hem, al was het maar omdat je niet precies weet wat je ermee moet. En wie hem veel gebruikt, laat zich kennen als een aansteller.

Althans, zo was dat voorheen. Het is aan het veranderen. De laatste tijd – tja, hoe lang? – duikt de puntkomma in steeds groteren getale op. Nog niet in de gedrukte media die mij onder ogen komen; daar zorgen mijn collega-eindredacteurs en ik wel voor. Maar voor de rest: overal.

In mailtjes. In reacties op websites. Op Twitter. Vooruit, dat zijn snelle berichtjes van veelal minder geoefende schrijvers. Maar de puntkomma’s dalen intussen ook zwermsgewijs neer in kopij van professionele journalisten. En het vreemdste is: ze staan op plekken die volkomen tegen mijn interpunctiegevoel indruisen. Acht op de tien keer namelijk op een plaats waar ik graag een dubbele punt zou zien. Die andere twee keer zou ik ofwel voor een komma hebben gekozen, ofwel dezelfde keuze hebben gemaakt.

Voorbeeld, uit een Twitterberichtje van een alleszins geletterde ‘volger’: ‘De vraag is natuurlijk; waar ken jij die lui nou weer van?’ Ander voorbeeld, uit een nog ongeredigeerd journalistiek stuk: ‘Kortom; hij zal zich naar buiten toe anders gedragen.’

Als eindredacteur is het mijn taak om te schoffelen en te wieden, en dus verander ik die leestekens. Maar buiten werktijd verwissel ik de rol van tuinier liever voor die van veldbioloog. Ik kijk dan met een mild en nieuwsgierig oog naar dezelfde taalveranderingen die ik onder kantoortijden om den brode bestrijd. En vraag me af: hoe komt zo iets nou? Zouden die schrijvers nou werkelijk die twee leestekens verwarren? Zouden ze het verschil niet zien, misschien? Zouden ze eenvoudigweg vergeten de hoofdlettertoets (shift) in te drukken, zodat de dubbele punt die ze willen typen toch een puntkomma wordt? Of zijn de interpunctieregels veranderd en heeft niemand het mij verteld? – je mag niks uitsluiten.

Ik weet het niet. Om toch een beetje licht op de zaak te werpen, heb ik een vraag aan de lezer: viel jou in de kop boven dit stukje meteen op dat die puntkomma daar raar stond, of kwam dat leesteken je volstrekt normaal en natuurlijk voor op die plek? Wat zou je zelf geschreven hebben op die plek? Bij voldoende reacties kom ik erop terug.

****

(Dat terugkomblogje staat hier.)

Geplaatst in Nederlandse taal | Tags: , , | 19 reacties

Politie in je bed

Een van de leukste liedjes van Reinhard ‘was ich noch zu sagen hätte’ Mey is Tierpolizei. Weliswaar is het nogal moralistisch, maar de krimi-achtige muziek en de hoge grapdichtheid vergoeden veel. Ik heb wel eens overwogen om een Nederlandse bewerking te maken, zoals ik dat in het verleden met een paar andere van zijn liedjes had geprobeerd, maar de omvang en de moeilijkheidsgraad van de klus weerhielden me.

Afgelopen winter, toen ik een cursus liedtekstschrijven gaf aan een vrij grote en bekwame groep, zag ik mijn kans schoon: bij wijze van huiswerk gaf ik ze opdracht deze tekst te vertalen. Omdat natuurlijk niet iedereen Duits kent, had ik een ruwe, niet-rijmende vertaling gemaakt, met toelichting op de onvertaalbare woordspelingen. (Zo is Wanze, net als het Engelse bug, zowel een klein beestje als een afluisterapparaatje.)

Op een na alle cursisten hebben vervolgens inderdaad hun tanden erin gezet. Dat leverde, behalve veel gepuf en gesteun, ook acht sterk uiteenlopende versies op, met in elke versie wel een paar mooie vondsten. En uiteindelijk vonden ze het, gelukkig, nog een leuke, stimulerende en leerzame opdracht ook.

Uit al die teksten heb ik ten slotte een ‘best of’-vertaling gemaakt, aangevuld met een klein aantal eigen ideeën. Die staat hieronder. Het origineel staat hier, of anders wel hier. En wil je de muziek horen: het lied is voor een kleine euro te downloaden, en vast ook wel ergens gratis te vinden.

***

Beestenbende

Ik zit op een terras verlekkerd in ’t menu te neuzen
Wat zal ik nou eens nemen? Deze tent heeft zoveel keuze
Een lamsbout of een kalfskroket, een stoof van biggeniertjes
Een kuikentjespuree of and’re dode babydiertjes
Mijn groene hart grijpt in als ik mijn hoofd dreig te verliezen
Waardoor ik net nog tofoe met wat rauwkost weet te kiezen
Daar zwijn ik mee, ik was er bijna gloeiend bij geweest
Want net op dat moment verschijnt een beestenbendebeest

Beestenbende snuffelt in je bord met eten
Beestenbende is wantrouwig als de neten
Beestenbende klautert in je winkelwagen
Beestenbende stelt van die gewetensvragen
Welke biggen er voor jou van hun ma zijn weggehaald
En wellek dier voor jouw plezier met zijn leven heeft betaald
Beestenbende loert en roert in al je pannen
Verijdelt orgaanroof en andere snode plannen
Beestenbende achtervolgt je met zijn mollen
Legt je stoepje vol met grote hondedrollen
En regelt als je steeds weer met hun regeltjes botst
Dat je kat zijn verse zallem op de vloerbedekking kotst

Ik bewonder wel het lef van al die bontjaswijven
Die in de PC Hooft en Bijenkorf hun tijd verdrijven
Die om toch maar in dierenvellen rond te kunnen lopen
Zichzelf met huid en haar aan oude bokken verkopen
Als je het koud hebt, dame, trek je liever mijn advies aan
Trek een warme trui van polyester of van fleece aan
Want betrapt een sabeldier of nerts je in een pels
Dan schakelt-ie de beestenbende in, en die wordt hels

Beestenbende knabbelt aan computersnoeren
Zal je wollen truien aan de motten voeren
Beestenbende weet je altijd op te sporen
Valt je aan met angel, klauw, gewei of hoorn
Ze vinden je ivoor en ook je tas van slangenleer
Als de beesten met je klaar zijn, herken ik je niet meer
Beestenbende bijt je met hun scherpe tanden
Strooien kraaiepoten voor je autobanden
Beestenbende trapt je op je eksterogen
Beestenbende kent geen greintje mededogen
Ze opereren anoniem, onverwacht en zeer discreet
In de stad met duivenpoep en in het bos met tekenbeet

Pas maar op daar in je lab met al die proefdierproeven
De beestenbende ziet in jullie beulen en boeven
Jij dieren-op-transport-zetter, jij ganzenlever-propper.
Jij jager-voor-natuurbehoud, jij biggenballen-chopper.
Jij varkensflatconciërge, jij haantjesshredder
Nu ben jij zelf aan de beurt en geen sint-bernard wordt je redder
Open nu de kooien en laat alle dieren gaan.
En ren zo hard je kan, de beestenbende komt eraan

Beestenbende met zijn koele, natte snuiten
Beestenbende, stiekem glurend door je ruiten
Beestenbende attaqueert met ziektekiemen
Beestenbende met de hulp van Marianne Thieme
Het geheugen van een olifant, de vaart van een haas
Ach, de high-tech van de beesten is de onze de baas
Beestenbende komt als worrem of als made
Beestenbende kent geen meelij of genade
Beestenbende zal geen enkel middel schuwen
Pissen in je bed of in je koffie spuwen
Ik raad je één ding dringend af en dat is dat je dieren kliert
Omdat anders heel de beestenbende graag jouw leven verstiert

Je hoort gekrabbel aan je deur
Je bent nog nooit zo bang geweest
Want dat klinkt als
En dat ruikt als
Dat is een beestenbendebeest!

(Nederlandse tekst: Sander Colnot, Anne Doosje, Erika Fangmann, Coen van der Geest, Sabien van Lommel, Irma Ooijevaar, Marieke Roozeboom, Erik Timmers)

Geplaatst in vreemde talen | Tags: | 2 reacties

Sprekersblok

Eigenlijk loop ik al een kwarteeuw mezelf simultaan te vertalen. Namelijk sinds ik op mijn achttiende Limburg verliet, en daarmee de streek van mijn streektaal.

Zelfs nu, zo veel jaar later, ontdek ik nog geregeld dialectsporen in mijn Nederlands. Niet alleen in mijn uitspraak, die onmiddellijk de grote rivieren terug oversteekt zodra ik moe of emotioneel word. Nee, ook in formuleringen die ik gebruik, of die ik met enige moeite onderdruk.

Zo zijn er allerlei uitdrukkingen die ik welbewust vermijd omdat ik inmiddels weet dat ze buiten de kring van stamgenoten op onbegrip stuiten. Lastig soms, omdat ze wel het nauwkeurigst uitdrukken wat ik op dat moment wil zeggen. Ik zag mijn geest kruipen: ‘ik zag het somber in’ dekt de lading heel behoorlijk. Hij heeft zich in de bocht geslingerd: ‘hij heeft zijn beste beentje voorgezet om iemand een plezier te doen’. Dat schrijft zich Jeanette: ‘dat is meteen herkenbaar als iets wat Jeanette heeft gedaan’.

Van huiselijke termen als het bed zuiver optrekken (‘verschonen’) en theewater opschudden (‘opgieten’) heb ik me de vertaling eigen gemaakt. Bij woorden als prótsje (iets tussen ‘spuiten’ en ‘stromen’, ongeveer zoals het Engelse to ooze) en sjravele (‘moeizaam lopen’) behelp ik me met een onvolmaakte benadering.

Soms zijn de verschillen subtieler. Ofschoon is een onberispelijk woord, maar klinkt veel plechtstatiger dan ik bedoel. Dat wordt dus hoewel. In het Nederlands kijk je én loop je naar een huis, maar kijk je ernaar en loop je erheen. In het dialect is het normaal om ook ‘erheen te kijken’. Dat onlogische verschil heb ik me in een grijs verleden eigen gemaakt. Veel korter geleden heb ik ontdekt dat de ABN-sprekende mens met een kwestie niet op, maar in zijn maag zit. Dat vergt dan weer even zelfstudie.

Misschien wel het hardnekkigste probleem – net als voor veel migranten die écht uit het buitenland komen – is het verschil tussen ‘de’ en ‘het’. Het krat klinkt mij raar in de oren (en mij niet alleen, trouwens). Koffer, de of het? Ik kan het nooit onthouden. En vanmorgen is de lijst van probleemwoorden weer langer geworden. Blok is een het-woord, beweren Van Dale en het Witte Boekje. Ik dacht dat alleen een schrijfblok en een hakblok onzijdig waren, maar een houtblok en een stootblok en een blok uit de blokkendoos mannelijk. (Het Groene Boekje is iets toegeeflijker, zie ik.)

Ik vrees dat ik weer een paar weken mijn mond moet houden, en flink studeren. Blokken dus.

***

limburgsTerwijl ik dit stukje schrijf kom ik, door een twittertip, op deze tamelijk exotische website terecht. Nietsvermoedend klik ik in het menu op ‘Limburgs’ – verschijnt daar opeens een foto van een huis waar ik als kind een jaar gewoond heb! Sterker nog, het huis waar een eerdere blog zich afspeelt. Alsof je de tv aanzet en je ziet jezelf.

Geplaatst in Nederlandse taal | Tags: , | 1 reactie

De wereld van Midden-Europa

Het oude Slavisch had geen woord voor ‘wereld’. Of had er twéé woorden voor – net hoe je het bekijkt. Maar dan wel twee die allebei in de eerste plaats iets anders voor de kost deden. Zowel miru als svetu deden ‘wereld’ er zo’n beetje in hun vrije tijd bij.

Tegenwoordig zeggen Russen mir tegen de wereld (inderdaad, net als die raket van ze). Maar zoals mijn oude geschiedenisleraar niet moe werd te benadrukken, betekent dat woord allereerst ‘vrede’. Als de Sovjet-Unie zéí naar vrede te streven, bedoelde ze stiekem wereldheerschappij. Daar was hij althans van overtuigd. Kennelijk vond hij het aannemelijk dat een meer dan tien eeuwen oud, in de kerkelijke taal ontstaan vocabulaire daarvoor voldoende bewijs levert.

De andere Slavische volkeren, zoals de Serviërs en de Oekraïners, zeggen nu svet tegen de wereld, wat in de eerste plaats ‘licht’ betekent. Van ‘licht’ naar ‘alwie het licht ziet’ naar ‘wereld’: dat zou volgens mijn etymologische bron – zestig jaar oud, dus mogelijkerwijs achterhaald – de betekenisontwikkeling zijn geweest. Als het niet waar is, is het aardig gevonden.

Tussen de Slavische volkeren wonen de Roemenen, die een Romaanse taal spreken. Van de Romeinen erfden zij voor ‘wereld’ het woord mundus (ons mondiaal gaat erop terug). Maar wat zeggen ze nu? Lume, van het Latijnse lumen – licht! ‘Licht’ zeggen als je ‘wereld’ bedoelt: het moet in middeleeuws Midden-Europa een ware trend zijn geweest.

Ik had het bovenstaande al genoteerd, toen ik me realiseerde dat ook de Hongaren tussen de Serviërs en de Oekraïners wonen. Zouden die ook…? En verdomd: volgens Wiktionary speelt világ dezelfde dubbelrol.

Geplaatst in vreemde talen | Tags: , | Plaats een reactie

Uitvaartblauw

Een oud-deelnemer aan een cursus liedtekstschrijven, Gerard Witte, mailde me dat hij Funeral blues van W.H. Auden had vertaald. Dat gedicht schijnt nogal bekend te zijn geworden door de film Four weddings and a funeral. Mij kwam het slechts een klein beetje bekend voor, en dat beetje is dan misschien nog aan de vertaling van Willem Wilmink te danken, die ik waarschijnlijk gelezen heb. Het klopt wat je nu denkt: ik heb niet zo’n goed geheugen, althans voor veel dingen niet.

Funeral blues is een zeer toegankelijk gedicht, bijna een liedtekst. Benjamin Britten schijnt er ook inderdaad muziek bij gecomponeerd te hebben. Dat zal Wilmink hebben aangesproken, die zelf ook graag heldere teksten schreef, af en toe op het naïeve af. Als niet-kenner van Engelse poëzie valt me op dat de auteur zich meer vrijheid in metrum en regellengte veroorlooft dan ik in zo’n traditioneel, streng rijmend gedicht zou verwachten. Verder ontdek ik een leuk spel met de verwachtingen van de luisteraar: na ‘doves’ in regel 7 staat vrijwel vast dat het rijmwoord ‘loves’ volgt. ‘Gloves’ is dan een aangename verrassing.

Gerard had zich aan het vertalen gezet omdat hij het origineel mooi vond, maar Wilminks vertaling hem minder aansprak. Hij stuurde mij het resultaat voor commentaar. Op mijn beurt zag ik in beide vertalingen mooie dingen en regels die me minder bevielen, hetgeen me ertoe aanzette om een eigen poging te wagen. Waarschijnlijk was ik een stuk sneller klaar dan beide anderen, aangezien ik schaamteloos heb gejat wat ik kon gebruiken.

Hieronder, na het origineel, de drie vertalingen, in willekeurige volgorde. Niet als wedstrijdje, maar om te laten zien hoe verschillende keuzes vertalers kunnen maken waar het gaat om nabijheid tot de oorspronkelijke woordkeus en de oorspronkelijke beelden, het handhaven of juist afwijken van het oorspronkelijke metrum, enzovoort. Wil je toch graag weten wie wat geschreven heeft, kijk dan bij het commentaar.

***

Funeral blues

Stop all the clocks, cut off the telephone
Prevent the dog from barking with a juicy bone
Silence the pianos and with muffled drum
Bring out the coffin, let the mourners come

Let aeroplanes circle moaning overhead
Scribbling on the sky the message He Is Dead
Put crepe bows round the white necks of the public doves
Let the traffic policemen wear black cotton gloves

He was my North, my South, my East and West
My working week and my Sunday rest
My noon, my midnight, my talk, my song
I thought that love would last for ever: I was wrong

The stars are not wanted now: put out every one
Pack up the moon and dismantle the sun
Pour away the ocean and sweep up the wood
For nothing now can ever come to any good

***

Begrafenisblues

Leg de hoorn van de haak, zet alle klokken stil
probeer te voorkomen dat de hond blaffen wil
laat piano’s zwijgen, en draag met omfloerste trom
de baar nu naar buiten, kom rouwenden, kom

Laat vliegtuigen schrijven in de lucht, levensgroot
in grijs-witte letters het bericht Hij Is Dood
voorzie elke duif van een rouwband, als kraag
En hul de politie in het zwart na vandaag

Hij was mijn Noord, mijn Zuid, mijn Oost en West
mijn door-de-weeks en mijn paasbest
mijn nacht, mijn middag, mijn stem, mijn refrein
voor eeuwig, meende ik, het mocht niet zo zijn

Doof iedere ster maar, wie heeft daar iets aan
ontmantel de zon en verwijder de maan
leeg alle zeeën, kap het bos voor mijn part
want niets komt meer goed nu, niets heeft nog mijn hart

(Dit is een iets andere versie dan oorspronkelijk op deze plaats stond. Aangepast op 19 mei.)

***

Begrafenisblues

De telefoon uit. Zet de klokken stil
Geef aan de hond een worst, dat hij niet blaffen wil
Geen piano nu, breng met omfloerste trom
De lijkkist, met de rouwenden rondom

Schrijf met een jankend vliegtuig, hoog en groot
In grauwe rook de boodschap: Hij Is Dood
Geef elke duif een donkere papieren kraag
Hul bruid en arts in louter zwart vanaf vandaag

Hij was mijn noord, mijn zuid, mijn oost en west
Mijn kiel, mijn roer, mijn kooi en kraaiennest
Mijn nacht, mijn middag, mijn gesprek, mijn lied
Ik dacht dat liefde eeuwig was. Dat was ze niet

Aan sterren geen behoefte: laat hun licht uitgaan
Haal de zon weg en ontmantel ook de maan
Giet de zee leeg, hak de hoge bomen kort
Nu niets meer goed kan komen of ooit beter wordt

***

Zet stil die klokken. Telefoon eruit
Verbied de honden hun banaal geluid
Sluit de piano’s, roep met stille trom
De laatste tocht van deze dode om

Laat een klein vliegtuig boven ’t avondrood
De witte boodschap krassen: Hij is dood
Doe crêpepapier om elke duivenkraag
En hul de luchtmacht in het zwart, vandaag

Hij was mijn Noord, mijn Zuid,mijn West en Oost
Hij was al mijn verdriet en al mijn troost
Mijn nacht, mijn middag, mijn gesprek, mijn lied
Voor altijd dacht ik. Maar zo was het niet

Laat in de sterren kortsluiting ontstaan
Maak ook de zon onklaar. Begraaf de maan
Giet leeg die oceaan en kap het woud
Niets deugt meer, nu hij niet meer van me houdt

Geplaatst in vreemde talen | Tags: , | 12 reacties

Ons taal se eienaardighede

‘Ik leg me toe op ’t schrijven van levend hollandsch. Maar ik heb schoolgegaan.’ Aan dit bekende citaat van Multatuli moet ik soms denken wanneer ik, al schrijvend of eindredigerend, weer eens op de hinderlijke schrijftaaltaboes van het Nederlands stuit.

Zoals ‘ie’.

Het is volkomen geaccepteerd om dat dacht ze te schrijven, en de spelling met ij te reserveren voor de beklemtoonde variant: dat dacht zij (zij wel, maar anderen niet). Hetzelfde geldt voor je versus jij, jou en jouw en voor we versus wij.

Maar zodra je schrijft dat dacht ie, is dat opeens informeel, en onaanvaardbaar in een neutrale, zakelijke tekst. Sterker nog, er is niet eens een vaste spelling voor: je treft ook dacht-ie, dacht ’ie en, in oudere teksten, bijvoorbeeld van Nescio, dacht-i aan.* Hetzelfde geldt voor ’k versus ik, ’m versus hem, d’r versus haar, m’n versus mijn en z’n versus zijn. En als ik me niet beperk tot de voornaamwoorden: ns versus eens en t versus het. ’k Heb m’n boek ns in d’r tas gedaan: ik zou als professioneel tekstschrijver geen klanten meer overhouden als ik dat inleverde.

Dat is een gemiste kans voor de Nederlandse schrijftaal. Nu moeten we telkens onze toevlucht nemen tot accentjes (míjn boek, háár cd) om duidelijk te maken dat we de beklemtoonde variant bedoelen, terwijl in de onbeklemtoonde vormen helemaal geen ij of aa te horen is.

Nog dieper geworteld lijkt een ander eigenaardig schrijftaaltaboe te zijn: dat op Kees zijn fiets (of z’n fiets) en Naima haar (d’r) pen. De fiets van Kees mag wel, het geforceerde Kees’ fiets is ook aanvaardbaar, maar op de allernormaalste manier van zeggen rust in verzorgd geschreven Nederlands een banvloek. Lastig, want deze constructie zou goede diensten kunnen bewijzen.

Neem deze zin: De publicatie van het jaarverslag van Rijkswaterstaat loopt vertraging op. Niet mooi, die twee van’s achter elkaar. Maar hoe dan? Het Rijkswaterstaat(s)jaarverslag? Wel erg lang. Rijkswaterstaats jaarverslag? Héél raar. Nee, Rijkswaterstaat zijn jaarverslag bekt hier verreweg het best. Maar dat gaat Rijkswaterstaat niet pikken.

Natuurlijk, wij tekstschrijvers redden ons wel: het jaarverslag van Rijkswaterstaat wordt met vertraging gepubliceerd. Of Rijkswaterstaat publiceert zijn jaarverslag met vertraging. Maar het blijft raar dat een variant die goed klinkt, op papier niet mag.

De reden? Conservatisme, vrees ik, een overdreven vasthouden aan de traditie. Wat dat betreft boft het Afrikaans, de Zuid-Afrikaanse ‘dochtertaal’ van het Nederlands, die veel recenter dan onze moedertaal in regels en conventies is gestold. De kop boven dit stukje is daar even correct als Die eienaardighede van ons taal.

***

* Een variant als zei die (als omkering van hij zei, niet van die zei)  is al helemaal ondenkbaar. Terwijl we op school netjes leren dat het Frans dat wel doet: y a-t-il is de enige correcte omkering van il y a. Die t zeggen ze, en daarom schrijven ze hem ook. Eh, schrijven ze n’m ook.

Geplaatst in Nederlandse taal | Tags: | 7 reacties

De dag van avond

De Slavische talen doen iets leuks met het woord voor ‘gisteren’.

Hun woord voor ‘morgen’ is weinig opvallend: het bestaat uit een (soms verouderd) woord voor ‘ochtend’, utro, met meestal een vastgegroeid voorzetsel ervoor: zítra (Tsjechisch), zavtra (Russisch), sutra (Kroatisch). Dat patroon is in Europa nogal gebruikelijk. Het Franse demain komt van de en het Latijnse mane, ‘ochtend’. Tomorrow bestaat uit to en het verouderde morrow, ‘ochtend’. Sommige talen houden het nog beknopter en gebruiken het woord voor ‘ochtend’ in beide betekenissen: het Spaans met mañana, en natuurlijk ook het Nederlands met morgen.

De grap van de Slavische talen is dat ze deze logica hebben doorgetrokken in hun woord voor ‘gisteren’. Zoals de ochtend van de volgende dag voor de hele volgende dag staat, zo duiden zij de hele vórige dag aan met de avond van die vorige dag. Het Tsjechische woord voor ‘gisteren’, bijvoorbeeld, včera, is een ouderwetse verbogen vorm van večer, ‘avond’ (in de verte trouwens verwant aan vesper, een katholieke term voor ‘avondgebed’). Voorzover ik kan nagaan doen alle andere Slavische talen net zo iets.

In andere Europese talen ben ik het niet tegengekomen. Wel is iets vergelijkbaars in het Engels te vinden: eve, betekent ‘avond’ maar ook ‘vooravond’ en zelfs ‘de dag tevoren’.

Geplaatst in vreemde talen | Tags: | 4 reacties