Twaalf tweets: Indo-Europees (2)

Het onderstaande heb ik gisteren getwitterd vanaf mijn account @europesetalen.
Ik plaats dit soort serietjes van twaalf regelmatig, en reproduceer ze dan letterlijk hier op mijn blog.

1. Vorige week twitterde ik over de 3 grootste groepen van Indo-Europese talen. Vandaag: de 6 kleinste. (Uitgestorven groepen sla ik over.)

2. Klein is betrekkelijk. In *Europa* zijn de Slavische talen de grootste groep: 300 mln sprekers. Bijna de helft hiervan praat Russisch.

3. Pools & Oekraïens hebben beide tegen de 50 mln sprekers. De kleinste is Molisano, verwant aan Kroatisch, gesproken door 2500 Z-Italianen.

4. De Baltische groep heeft maar 2 leden: Lets en Litouws. Hier hoort *niet* ’t Ests bij – familie van Fins. E&F zijn niet Indo-Europees.

5. Gesproken door maar 5 mln mensen, hebben de Baltische talen toch een sterke positie sinds Letland en Litouwen onafhankelijk zijn (1990).

6. De Keltische groep heeft 4 echt levende leden (Welsh, Bretons, Iers, Schots Gaelic). Enkel toegewijde hobbyisten kennen Cornisch of Manx.

7. Amper 1 mln mensen hebben een Keltische moedertaal. Doordat ze allemaal tweetalig zijn, is t voortbestaan van deze talen onzeker.

8. Albanees is één taal, maar bestaat uit twee dialecten die over en weer amper te verstaan zijn: Gegisch en Toskisch.

9. Armeens is de taal van Armenië, maar de meeste sprekers leven in de Arm. diaspora. De taal heeft een eigen schrift: http://goo.gl/U1vyE

10. In (pre-klassiek) Grieks werden 3500 jaar geleden Europa’s oudste teksten geschreven. Het schrift heet Lineair B. http://goo.gl/0v686 .

11. Vanaf de Griekse onafhankelijkheid (1830) woedde er een taalstrijd tussen ‘klassiek’ Katharevousa en volks Demotiki. In 1976 won t volk.

12. Vragen of opmerkingen over deze Indo-Europese talen? Laat maar horen! Ik kom erop terug.

Geplaatst in tweetblogs, vreemde talen | Tags: | Plaats een reactie

Slepen en stoten

Een ‘luik’ en de stad ‘Luik’ klinken hetzelfde – maar niet voor mij. Ten onrechte, wel te verstaan, want er hoort geen verschil te zijn. En toch neem ik er een waar. Hoe kan dat?

In mijn Limburgse  jeugd gingen we naar de zondagse vlooienmarkt in Luuk en zat er in het plafond van mijn kamer een luuk naar de vliering. Allebei met de langgerekte uu-klank van ‘muur’, niet de korte uu van ‘Luc’ of ‘fuut’. Maar er was een verschil: luuk had een zogeheten sleeptoon, die qua hoogte constant en vrij gemiddeld  is, Luuk een stoottoon, die van hoog naar laag gaat. Moeilijk te beschrijven, je zou het moeten horen – al schijnt ook dat nog niet eens zo makkelijk te zijn. Het toonverschil is niet uniek voor deze twee woorden, maar is in het Limburgs een algemener verschijnsel. Zo betekent bein met een sleeptoon ‘been’, met een stoottoon ‘benen’. (Overigens zijn sleeptoon en stoottoon taalkundige vaktermen, die de doorsneespreker niet kent of nodig heeft.)

Bij luik/Luik wil het toeval dat de woorden in het Nederlands ook precies samenvallen. Zodat ik de twee verschillende tonen meegenomen heb naar het Nederlands. Ik betwijfel of het in mijn uitspraak echt te horen is, maar dit weet ik zeker: in mijn mentale lexicon staat bij het lemma luik genoteerd: ‘heeft sleeptoon’, en bij het lemma Luik: ‘heeft stoottoon’.

Vreemd is dat: het Nederlands is voor mij al vele jaren de dominante taal, die ik het meest en het gemakkelijkst spreek. Maar een moedertaal oefent kennelijk een leven lang invloed uit. Het Limburgs blijft voor mij de toon aangeven.

Geplaatst in Nederlandse taal | Tags: , , , | 5 reacties

Twaalf tweets: Indo-Europees (1)

Het onderstaande heb ik gisteren getwitterd vanaf mijn account @europesetalen.
Ik zal dit soort serietjes van twaalf de komende tijd vaker plaatsen, en hier op mijn blog letterlijk overnemen.

1 Nederlands is ’n Indo-Europese taal. Het stamt af van ’n prehistorische taal: Proto-Indo-Europees (marketingtechnisch ’n rampzalige naam).

2 De Indo-Europese taalfamilie omvat 9 taalgroepen, met in totaal honderden leden (talen dus), die samen 3 miljard sprekers hebben.

3 De Indo-Iraanse groep is de grootste. Meer dan 1,2 miljard mensen spreekt Hindi, Urdu, Bengaals, Punjabi, Perzisch of een verwante taal.

4 Twee Indo-Iraanse talen worden al lange tijd in Europa gesproken. De grootste en bekendste daarvan is het Romani, de taal van de Roma.

5 De Romaanse groep is (wereldwijd) de op 1 na grootste, met 700 mln moedertaalsprekers: 1. Spaans 2. Portug. 3. Frans. 4. Ital. 5. Roemeens

6 De Romaanse talen stammen af van ’t Latijn. De stad Roma ligt in de streek Latium, vandaar. De voetbalclub ‘Lazio Roma’ herinnert daaraan.

7 De Germaanse talen zijn de 3e groep, met zo’n 500 mln moedertaalsprekers. Engels heeft verreweg de meeste, plus nog veel 2e-taalsprekers.

8 Nummer twee is Duits, dan NLs. De 5 Noord-Germaanse talen (Deens, Noors, Zweeds, IJslands, Faerøers) hebben samen minder sprekers dan NLs.

9 Van de negen ‘officiële’ Germaanse talen in W-Europa is Fries (< ½ mln) niet de kleinste. Dat is Faerøers (< 100.000).*

10 Daarnaast zijn ook Jiddisch en Afrikaans Germaanse talen. En dan heb ik het nog niet over de streektalen, van Nedersaksisch tot Beiers.

11 Volgende week meer over de 6 andere groepen: Slavisch, Baltisch, Keltisch en de drie ‘groepen van één’, nl. Grieks, Albanees en Armeens.

12 Vragen of opmerkingen over ‘Indo-Europees’? Laat maar horen! Ik kom erop terug.

* Daarmee is Fries ook groter dan IJslands (320.000 sprekers), zoals Sybrand Grasdijk op Twitter terecht opmerkte.

Geplaatst in Nederlandse taal, tweetblogs, vreemde talen | Tags: , | Plaats een reactie

Monegaskisch: een knap staaltje netwerken

Je zult als kind van rijke ouders toch maar in Monaco belanden. Papa en mama vestigen zich, ter bescherming van hun miljoenen, in het mediterrane prinsdommetje met het milde fiscale klimaat. Zíj kunnen daar met Engels en Frans terecht, maar jij? Jij moet op school zeven jaar lang Monegaskisch leren.

Monegaskisch! Een subdialect van het Ligurisch, dat zelf een dialect is van het Italiaans. Een taal met ongeveer honderd native speakers, die allemaal vooral Frans spreken. Een taal die je op radio en tv tevergeefs zult zoeken. Een taal waarin jaarlijks een kalender en anderhalf boek uitkomt, meestal herdrukken van de vaderlandslievende gedichten van Louis Notari, zowat de enige schrijver. Een taal zonder eigen Wikipedia – een verworvenheid waar zelfs het Zeeuws op kan bogen, evenals het Manx, het Mirandees en het Võro (Zuid-Estisch). Een taal waar geen enkele officiële instantie gebruik van maakt, ook in Monaco niet. Een taal, kortom, die vrijwel nooit en nergens gesproken wordt, behalve door scholieren, tijdens de Monegaskische les.

De arme kinderen kunnen de schuld geven aan Georges Franzi (1914-1997). Deze kanunnik van de kathedraal van Monaco zag met lede ogen aan hoe zijn geliefde lokale dialect aan het verdwijnen was. Zulke nostalgische gevoelens zijn normaal. Ook op Corfu, in Göteborg en in Jabbeke treuren grijzende  locals om de teloorgang van hun plaatselijke taal. Maar anders dan zij had Franzi een doorslaggevende troef in handen: tot zijn netwerk behoorde niemand minder dan prins Reinier III, de vorst van Monaco (en echtgenoot van filmster Grace Kelly). En zie, in 1976 behaagde het Zijne Doorluchtige Hoogheid om het onderricht in de schone Monegaskische tale verplicht te stellen op alle scholen in het ganse rijk (1,96 km2).

Wie uitstervende talen een warm hart toedraagt, zal dat toejuichen. Maar wie oog heeft voor ironie, zal erbij grijnzen. Want in Frankrijk, het land waar Monaco in alle opzichten behalve staatkundig toe behoort, is de situatie precies omgekeerd. Daar spreken miljoenen mensen een keur van regionale talen: van Baskisch tot Elzassisch, van Occitaans tot Bretons, van Catalaans tot Vlaams. Maar lés in die streektalen? Geen sprake van! In Monaco daarentegen spreken slechts zo’n honderd oude mensen, nul-komma-drie procent van de bevolking, een onbeduidend subdialect. En toch moeten niet alleen hun (klein)kinderen, maar ook alle andere scholieren, Monegaskische woordjes stampen en de Monegaskische grammatica leren. Omwille van de hobby van wijlen societyprins Reinier en netwerkkoning Franzi.

Nee, je kunt maar beter arme ouders hebben.

———————————

Dit is een hoofdstuk uit het boek over Europese talen dat ik eind 2011 zal publiceren. Ik twitter over dit onderwerp onder de naam @overtaal.

Geplaatst in vreemde talen | Tags: , | 3 reacties

Berichten van het laatste rechte stuk

Leuk materiaal waar je niks mee kunt: ziehier een van de frustraties van elke schrijver. En hoe meer research je doet, des te meer fascinerende zaken je tegenkomt.

Ik ben nu bijna twee jaar bezig met mijn boek over Europese talen, en het laatste rechte stuk naar de finish is nu wel ingegaan. Zodat ik voorzie dat veel informatie die ik heb opgedolven, inderdaad ongebruikt op de harde schijf zal eindigen.

Of is dat ouderwets gedacht?

En of dat ouderwets gedacht is! Alsof boeken het enige beschikbare medium zouden zijn. Alsof ik geen digitale media tot mijn beschikking zou hebben.

Op dit blog heb ik al meermalen over Europese talen geschreven: vaak over Nederlands, maar ook uitvoerig of meer terloops over Tsjechisch, Duits, Engels, Latijn, Russisch, Albanees, Welsh, Litouws, Roemeens, Hongaars en Limburgs. En daar zal het dus niet bij blijven, want juist hier wil ik een deel van al dat mooie materiaal een plek gaan geven. (Al komen de beste verhalen natuurlijk in het boek. Of wil je dat uitgever Scriptum en ik met duizenden exemplaren blijven zitten?)

Daarnaast zijn er tal van hé-zit-dat-zo- en goh-wat-gek-feitjes die met een beetje proppen wel in 140 tekens samen te vatten zijn. Die ga ik dus via Twitter delen met de (Nederlandstalige) wereld: zie @europesetalen. Ook zal ik daar verwijzen naar Europese taalactualiteiten. Als je zelf niet twittert, kun je die pagina aan je favorieten toevoegen. Doe je dat wel, dan is het natuurlijk handiger om @europesetalen gewoon te gaan volgen.

Tot zoverre de huishoudelijke mededelingen. Binnenkort een nieuwe post over een Nederlands onderwerp. Ik zit er al op te broeden.

Geplaatst in boeken e.d., vreemde talen | Tags: | Plaats een reactie

Rond tuin en gaard

Een van de bekendste etymologische weetjes is dat het Nederlandse tuin, het Engelse town ‘stadje’ en het Duitse Zaun ‘hek’ allemaal van hetzelfde woord afstammen. De oudste vorm was waarschijnlijk toen, met de langgerekte oe-klank van blues. Het inhoudelijke verband tussen de drie betekenissen is niet moeilijk te vinden: een tuin is een omheind stukje grond, een town is een wat groter omheind stukje grond en een Zaun is de omheining zelf. In het Engels heeft het woord trouwens ook nog ‘hof, boerderij’ betekend. Zo stond de plaatsnaam Eton oorspronkelijk voor ‘eiland-boerderij’.

Is het niet raar dat een betekenis zo kan veranderen? Verrassend misschien wel, maar uitzonderlijk beslist niet. Het woord gaard(e) heeft zelfs iets vergelijkbaars meegemaakt. Natuurlijk noemt niemand nu nog zijn tuin een gaard, een enkele dichter uitgezonderd misschien, maar in de samenstellingen wijngaard en boomgaard is het woord wel nog vitaal.

Welke avonturen heeft gaard beleefd? Duizenden jaren geleden luidde het ongeveer ghordh en betekende het ‘omsloten ruimte’. Het Engelse garden, het Duitse Garten en het Franse jardin stammen er ook van af. Ze betekenen allemaal ‘tuin’.

In het Latijn ontwikkelde ghordh zich tot hortus, wat ook alweer ‘tuin’ betekent – het dreigt eentonig te worden. Dit Latijnse woord verklaart trouwens wel waarom het Franse en Engelse horticulture in het Nederlands ‘tuinbouw’ heet. Gewoon letterlijk vertaald dus.

Spannender worden de lotgevallen van ghordh pas in de Slavische talen, want die hebben er heel andere dingen mee gedaan. In het Russisch bijvoorbeeld is gorod ‘stad’ gaan betekenen, en is het woord in een andere variant terug te vinden in Leningrad ‘Leninstad’ en Volgograd ‘Wolgastad’. Het Russische werkwoord gorodit’ betekent dan juist weer ‘een hek plaatsen’. Het Pools bedoelt met een gród een ‘kasteel’. En het Tsjechisch, dat dit kasteel hrad noemt (g’s worden in deze taal vrij consequent h’s), heeft bovendien een samenstelling gevormd met het voorvoegsel za ‘achter, rondom’. En dit zahrada betekent (ja, daar is-ie weer) ‘tuin’.

En zo is de omheining weer mooi rond.

****

Een kleine precisering bij het bovenstaande (toegevoegd 4 maart 2012). Het Indo-Europese ghordh heeft in het Engels niet garden opgeleverd, maar yardOok heeft ghord niet rechtstreeks het Franse jardin opgeleverd. Het Germaanse gardo (waar yard en gaard uit voort zijn gekomen) heeft in het Vulgair Latijn een bijvoeglijk naamwoord gardinus ‘omsloten’ opgeleverd, waar het Franse jardin uit voortgekomen is. En dáár komt het Engelse garden weer uit voort. Yard en garden zijn dus wel verwant, maar garden heeft een omweg afgelegd.

Geplaatst in Nederlandse taal, vreemde talen | Tags: , , , | 8 reacties

Strikt privé

Het ziet eruit als een vrij normaal woord, privé. Maar het gedraagt zich raar.

‘Mijn brieven zijn privé’, da’s een doodgewone zin. Privé is daarin een bijvoeglijk naamwoord. Zo staat het woord ook in de woordenboeken: als een bijvoeglijk naamwoord.

De meeste bijvoeglijke naamwoorden kun je ook vóór het zelfstandig naamwoord zetten: ‘De vrouw is grijs’ wordt dan ‘de grijze vrouw’. In sommige gevallen gaat dat niet: ‘De directeur is pleite’ is goed Nederlands, ‘de pleite directeur’ niet. Maar privé is een vreemder geval. Want je kunt het wel voor een zelfstandig naamwoord zetten, maar niet lós ervoor. Het voelt zich onweerstaanbaar tot zijn partnerwoord aangetrokken en gaat er een hechte verbinding mee aan: niet privé brieven, maar privébrieven. Het bijvoeglijk naamwoord is veranderd in een deel van een zelfstandig naamwoord.

Is dat misschien alleen maar een spellingkwestie, een uitzondering, een foutje van de Taalunie? Toch niet, want we spreken het ook echt zo uit. Luister maar, en hoor: de klemtoon ligt op het woorddeel privé, niet op brieven. Bij bijvoeglijke naamwoorden is dat omgekeerd: in lange brieven krijgt juist brieven de klemtoon (tenzij we de tegenstelling met ‘korte brieven’ extra willen benadrukken).

Heel vreemd, dit afwijkend gedrag. In het Frans, zijn taal van herkomst, gedraagt het woord zich heel normaal: aan vie privée is niets vreemds te bespeuren. In het Nederlands hebben we nog het synoniem privaat, en ook dat gedraagt zich normaal: mijn privéleven is mijn private leven, gewoon met spatie (zie affiche).

Waarom gedraagt privé zich zo raar? Ik weet het niet. Privéredenen, zou ik bijna zeggen. Het enige andere antwoord dat ik kan bedenken, is dat privé in het Nederlands misschien geen bijvoeglijk naamwoord is, zoals de woordenboeken beweren, maar een bijwoord, zoals ad hoc. Want ook dat kun je wel gebruiken met zijn: ‘het besluit is ad hoc’, maar niet bijvoeglijk: ad hoc besluit is een verkeerde spelling voor ad-hocbesluit.

Maar op die redenering is wel iets af te dingen, en ik ruil mijn theorietje graag in voor een beter.

 

Geplaatst in Nederlandse taal | Tags: , , | 3 reacties

Đê țåĺēñ ʊäņ Ęůřøþă (III): oproep

Het boek over Europese talen is voor ruim tweederde klaar. (Welk boek? Nou, dit.) Er zijn 38 hoofdstukken voorlopig af, en een stuk of vijftien zitten er nog in de pen. Voor de meeste daarvan heb ik al wel ideeën, voor een aantal nog niet. Dat geeft niks; die komen wel. Ook een uitgever is al een tijdje geleden gevonden.
Vandaag trof ik in mijn postbus een mailtje van een aardige oud-collega aan met daarin een verrassende suggestie die bruikbaar lijkt te zijn voor het hoofdstuk over Portugees of Roemeens. Dat onverwachte bericht bracht me op een voor de hand liggend idee waar ik niettemin nog niet eerder aan had gedacht. Namelijk om hier, op mijn blog, eens de vraag op te werpen: hebben jullie misschien suggesties voor hoofdstukken? Mogelijke invalshoeken dus voor de nog niet behandelde talen?
Dat kunnen wat mij betreft zeer uiteenlopende zaken zijn. Persoonlijke of historische anekdotes omtrent die taal. Curieuze woorden in die taal. Opmerkelijke grammaticale eigenschappen. Taalkundige theorieën of subjectieve opvattingen. Alles mag, kortom, als het maar enigszins over een van die ontbrekende talen gaat.
Over de volgende talen wil ik in ieder geval nog een hoofdstuk schrijven:

  • Bretons
  • Bulgaars
  • IJslands
  • Italiaans
  • Latijn
  • Lets
  • Litouws
  • Macedonisch
  • Portugees
  • Roemeens
  • Russisch
  • Samisch (‘Laps’)
  • Spaans
  • Zweeds

De volgende talen halen het boek waarschijnlijk niet, maar misschien verander ik van gedachten als er een mooi idee binnenkomt:

  • Arpitaans (ofwel Francoprovençaals)
  • Corsicaans
  • Georgisch
  • Kasjoebisch
  • Ladino
  • Manx
  • Nedersaksisch en/of Nederduits
  • Noord-Fries
  • Occitaans
  • Roetheens
  • Sardijns (ofwel Sardisch)
  • Saterfries

Ik ben benieuwd naar jullie gedachten! Voel je dus vrij om die met me te delen, bij voorkeur via de commentaarfunctie hieronder. Als een idee het boek haalt, krijgt de inzender te zijner tijd een exemplaar cadeau.

***

Update op 27 april:
Inmiddels is het bovenste rijtje geslonken doordat ik nieuwe hoofdstukken heb geschreven. De volgende talen blijven over: Bulgaars, Italiaans, Latijn, Roemeens, Spaans en Zweeds. Aan ideeën geen gebrek overigens. Maar goed, ik blijf openstaan voor suggesties. Het tweede rijtje is ongewijzigd, behalve dat Noord-Fries waarschijnlijk toch zijn eigen hoofdstukje krijgt.

Geplaatst in boeken e.d., vreemde talen | Tags: | 7 reacties

Tsjuits

Het Tsjechische taalgebied is klein. En een eeuw geleden was het nog kleiner: ruwweg het grijze, door donkergroen omgeven gebied op de kaart, halverwege Wenen en Berlijn. In grote delen van het huidige Tsjechië sprak de meerderheid Duits (het donkergroen op de kaart) en zelfs in Praag, het hart van deze Slavische natie, leefde een flinke Duitstalige minderheid. Zo was Franz Kafka (1883-1924; zijn naam is Tsjechisch voor ‘kauw’) een Duitstalige Pragenaar, van wie we niet eens zeker weten of hij vloeiend Tsjechisch sprak. Voeg daarbij dat het gebied eeuwenlang tot Oostenrijk behoorde, en het moge duidelijk zijn dat het Duits een langdurige en diepgaande invloed heeft kunnen uitoefenen.

Duits taalgebied, 1910Dat is inderdaad aan het Tsjechisch te merken. En niet eens zozeer aan rechtstreekse Duitse ontleningen, al zijn die er ook: taška ‘zak’, bijvoorbeeld, komt van Tasche. Het is meer de manier waarop allerlei ‘inheemse’ woorden gevormd of gebruikt worden die het langdurige samenwonen verraadt.

Zoals beleefdheids-formules. Prosím ‘alstublieft’ betekent letterlijk ‘ik verzoek’, net als het Duitse bitte. Dějuki en het Duitse danke zeggen precies hetzelfde, namelijk ‘ik dank’, terwijl het nog beleefdere děkuji mockrát qua opbouw identiek is aan (ich) danke vielmals. Maar het opmerkelijkst is misschien wel de uitdrukking voor ‘graag gedaan’. De verschillende Europese talen bezigen daarvoor sterk uiteenlopende formules (‘van niets’, ‘noem het niet’, ‘u bent welkom’, ‘met genoegen’, ‘geen reden’). Ook het Duits en het Tsjechisch sluiten zich daarbij aan (keine Ursache, není zač), maar daarnaast zijn ze bij mijn weten de enigen die ‘graag gebeurd’ zeggen: rádo se stalo respectievelijk gern geschehen.

Verder krioelt het Tsjechisch van de leenvertalingen: Duitse woorden in een Slavisch gewaad. Najednou ‘opeens’ bestaat uit de woorden ‘op’ en ‘één keer’, net als auf einmal. Mužstvo is opgebouwd uit het woord voor ‘man’ en een achtervoegsel dat ‘-schap’ betekent: Mannschaft! Het sterkste staaltje is wellicht het woord voor ‘mannelijke horecabediende’. In het Duits heette zo’n man vroeger een Kellner; zijn chef heette de Oberkellner, ‘opperkelner’, afgekort tot Ober. Veiligheidshalve zijn klanten in de loop van de tijd steeds meer kelners ‘ober’ gaan noemen. In het Tsjechisch heeft dit proces zich exact herhaald: naast de gewone číšník ‘kelner’ is de vrchní číšník ‘opperkelner’ ontstaan, die nu als vrchní ‘opper, ober’ aangesproken kan worden.

Een volgend punt van overeenkomst is dat Tsjechische en Duitse woorden vaak hetzelfde setje betekenissen hebben. Neem ještě en noch ‘nog’. Die woorden zijn op vrijwel dezelfde manieren te gebruiken: nog één, nog erger, nog steeds, nog niet. Dat lijkt misschien vanzelfsprekend, tot je ještě opzoekt in een Engels woordenboek en daar een hele reeks vertalingen aantreft: another, even, still, yet. Andere voorbeelden: kolo en Rad betekenen beide zowel ‘wiel’ als  ‘fiets’, pero en Feder zowel ‘(vul)pen’ als ‘(vogel)veer’, kohoutek en Hahn zowel  ‘haan’ als ‘(water)kraan’. (Kohoutek was ook de naam van een komeet uit mijn jeugd. Ontdekt door een Tsjechische meneer Haan, inderdaad.) De lijst van voorbeelden is eindeloos uit te breiden. Zelfs überhaupt, met al zijn uiteenlopende betekenissen, wordt door één Tsjechisch woord gedekt, vůbec.

Echte Duitse leenwoorden zijn, zoals gezegd, wat schaarser. Of in ieder geval lijkt dat zo. Het officiële Tsjechisch is een nogal puristische taal, die zelfs diverse internationalismen niet heeft toegelaten: ‘theater’ is divadlo, ‘gas’ is plyn. Maar in de spreektaal blijken veel meer Duitse woorden te zijn doorgedrongen dan in de schrijftaal. Wat in het Algemeen Beschaafd láhev ‘fles’ heet, is in de volksmond een flaška (Duits: Flasche); de obchod ‘handel’ heet informeel ook wel kšeft, afgeleid van Geschäft. En de keurige Tsjechische záchod ‘wc’ heet in de praktijk vaak toaleta of, voor wie wat platter uit de hoek wil komen, hajzl ‘(schijt)huisje’ – je reinste Beiers. Cimra ‘kamer’ (Zimmer), calovat ‘betalen’ (zahlen), fuč ‘weg, foetsjie’ (futsch) en zelfs durch ‘door’ – zolang ze geen pen vasthouden, gebruiken de Tsjechen dit soort woorden volop.

Fuč, kohoutek en vrchní: misleid door de spelling zou een argeloze buitenstaander gemakkelijk kunnen geloven dat het Tsjechisch in al die eeuwen van intiem contact met het Duits volstrekt niet gegermaniseerd is. Maar dat is dus onzin.
Op zijn Tsjechisch: nesmysl. Jammer; ik hoopte dat ze ‘kvač’ zouden zeggen.

Geplaatst in vreemde talen | Tags: , , , | 11 reacties

Česky

Ik leer Tsjechisch (česky). Die verdenking koesterden sommige mensen natuurlijk al vanwege mijn vorige post, Češka. Hun achterdocht was gegrond. Ik tracht de grammatica te kraken, luister naar zinnetjes als táta kouří fajfku en stamp woordjes.
Hoewel, stampen… dat klopt niet helemaal. Kom, ik ben geen 16 meer, ik kán niet eens meer professioneel stampen. Op mijn rijpe leeftijd moet men het hebben van dieper begrip en fijnzinnige strategie. Van zijn taalkundig denkraam, zeg maar. Concreet gezegd: van verbanden met woorden die al vertrouwd zijn, uit andere talen of uit mijn verworven kennis van het Tsjechisch zelfs, nog zo klein als een appelpit maar hopelijk even kiemkrachtig.
Soms gaat dat makkelijk. Zodra je de spelling een beetje kent, doorzie je moeiteloos de vermomming van garáž oftewel ‘garage’ – een Frans woord dus. En als je de veel voorkomende uitgang -ka weglaat van fajfka (of fajfku, in de vierde naamval), duikt opeens de Duitse Pfeife ‘pijp’ op. Het woord vějíř lijkt zo veel op ‘waaier’ (althans, in uitspraak) dat je je gaat afvragen of het misschien uit het Nederlands komt. Dan heb je nog woorden als nos ‘neus’, tři ‘drie’ en sestra ‘zuster’ die zowat in heel Europa op elkaar lijken. En táta ‘papa’ is zelfs nog wijder verbreid: van het Zuid-Amerikaanse Quechua tot het Zuid-Afrikaanse Zoeloe duikt dat overal weer op.  Over moderne internationalismen als situace, auto en analyzovat heb ik het niet eens. Die zijn niet spannend.

Prikkelender zijn de geheimen die sommige inheemse woorden pas na een poosje prijsgeven, en die wat mij betreft de term woordenschat bestaansrecht geven. Zoals Bezpečnostní rada. Dat woord voor ‘Veiligheidsraad’ klinkt en oogt op het eerste gezicht ingewikkeld, al geldt dat natuurlijk niet voor rada. Maar pluk je het eerste deel in zijn samenstellende stukjes uit elkaar, dan blijken de Tsjechen te spreken van een Zorgeloosheidsraad. Zorgeloosheidsraad! Verleent dat niet een zweem van Loesje-achtige vrolijkheid aan dit crisisbestrijdingsorgaan?
Dan prát. Dat heeft twee betekenissen: ‘slaan’ en ‘de was doen’. Een vreemde combinatie? Ja. Of nee, toch niet: om kledingsstukken schoon te krijgen sloegen wasvrouwen ze vroeger tegen stenen aan. In de wasmachine, pračka, zit op die manier toch nog een beetje de oude beek met haar keien.
Ook het woord voor ‘handel’ vertoont sporen van ouderdom. Letterlijk betekent obchod zo iets als ‘ommegang’, ‘het rondtrekken’. Dat is precies hoe het vroeger ging: ambulante handel, reizende kooplui. In de naam van het světové obchodní centrum (WTC) verschuilen zich dus nog steeds de middeleeuwse marskramers en jaarmarktreizigers. Ik vind dat leuk.
Nog één dan. Tsjechische ‘ouders’ heten rodeči, afgeleid van het werkwoord rodit ‘baren’. Kennelijk staan hier dus moeder én vader beiden als barende partijen te boek. Dat wordt niet minder vreemd, maar wel minder exotisch in het licht van het Frans-Engelse woord parents, dat teruggaat op een Latijns werkwoord parere met oorspronkelijk precies dezelfde betekenis.

Van sommige Tsjechische woorden kun je pas begrijpen waarom ze betekenen wat ze betekenen als je Duits kent: het zijn Germanen achter een Slavisch masker. Daarover een volgende keer.

 

Geplaatst in vreemde talen | Tags: | 3 reacties