Het Tsjechische taalgebied is klein. En een eeuw geleden was het nog kleiner: ruwweg het grijze, door donkergroen omgeven gebied op de kaart, halverwege Wenen en Berlijn. In grote delen van het huidige TsjechiĂ« sprak de meerderheid Duits (het donkergroen op de kaart) en zelfs in Praag, het hart van deze Slavische natie, leefde een flinke Duitstalige minderheid. Zo was Franz Kafka (1883-1924; zijn naam is Tsjechisch voor âkauwâ) een Duitstalige Pragenaar, van wie we niet eens zeker weten of hij vloeiend Tsjechisch sprak. Voeg daarbij dat het gebied eeuwenlang tot Oostenrijk behoorde, en het moge duidelijk zijn dat het Duits een langdurige en diepgaande invloed heeft kunnen uitoefenen.
Dat is inderdaad aan het Tsjechisch te merken. En niet eens zozeer aan rechtstreekse Duitse ontleningen, al zijn die er ook: taĆĄka âzakâ, bijvoorbeeld, komt van Tasche. Het is meer de manier waarop allerlei âinheemseâ woorden gevormd of gebruikt worden die het langdurige samenwonen verraadt.
Zoals beleefdheids-formules. ProsĂm âalstublieftâ betekent letterlijk âik verzoekâ, net als het Duitse bitte. DÄjuki en het Duitse danke zeggen precies hetzelfde, namelijk âik dankâ, terwijl het nog beleefdere dÄkuji mockrĂĄt qua opbouw identiek is aan (ich) danke vielmals. Maar het opmerkelijkst is misschien wel de uitdrukking voor âgraag gedaanâ. De verschillende Europese talen bezigen daarvoor sterk uiteenlopende formules (âvan nietsâ, ânoem het nietâ, âu bent welkomâ, âmet genoegenâ, âgeen redenâ). Ook het Duits en het Tsjechisch sluiten zich daarbij aan (keine Ursache, nenĂ zaÄ), maar daarnaast zijn ze bij mijn weten de enigen die âgraag gebeurdâ zeggen: rĂĄdo se stalo respectievelijk gern geschehen.
Verder krioelt het Tsjechisch van de leenvertalingen: Duitse woorden in een Slavisch gewaad. Najednou âopeensâ bestaat uit de woorden âopâ en âéén keerâ, net als auf einmal. MuĆŸstvo is opgebouwd uit het woord voor âmanâ en een achtervoegsel dat â-schapâ betekent: Mannschaft! Het sterkste staaltje is wellicht het woord voor âmannelijke horecabediendeâ. In het Duits heette zoân man vroeger een Kellner; zijn chef heette de Oberkellner, âopperkelnerâ, afgekort tot Ober. Veiligheidshalve zijn klanten in de loop van de tijd steeds meer kelners âoberâ gaan noemen. In het Tsjechisch heeft dit proces zich exact herhaald: naast de gewone ÄĂĆĄnĂk âkelnerâ is de vrchnĂ ÄĂĆĄnĂk âopperkelnerâ ontstaan, die nu als vrchnĂ âopper, oberâ aangesproken kan worden.
Een volgend punt van overeenkomst is dat Tsjechische en Duitse woorden vaak hetzelfde setje betekenissen hebben. Neem jeĆĄtÄ en noch ânogâ. Die woorden zijn op vrijwel dezelfde manieren te gebruiken: nog één, nog erger, nog steeds, nog niet. Dat lijkt misschien vanzelfsprekend, tot je jeĆĄtÄ opzoekt in een Engels woordenboek en daar een hele reeks vertalingen aantreft: another, even, still, yet. Andere voorbeelden: kolo en Rad betekenen beide zowel âwielâ als  âfietsâ, pero en Feder zowel â(vul)penâ als â(vogel)veerâ, kohoutek en Hahn zowel  âhaanâ als â(water)kraanâ. (Kohoutek was ook de naam van een komeet uit mijn jeugd. Ontdekt door een Tsjechische meneer Haan, inderdaad.) De lijst van voorbeelden is eindeloos uit te breiden. Zelfs ĂŒberhaupt, met al zijn uiteenlopende betekenissen, wordt door één Tsjechisch woord gedekt, vĆŻbec.
Echte Duitse leenwoorden zijn, zoals gezegd, wat schaarser. Of in ieder geval lijkt dat zo. Het officiĂ«le Tsjechisch is een nogal puristische taal, die zelfs diverse internationalismen niet heeft toegelaten: âtheaterâ is divadlo, âgasâ is plyn. Maar in de spreektaal blijken veel meer Duitse woorden te zijn doorgedrongen dan in de schrijftaal. Wat in het Algemeen Beschaafd lĂĄhev âflesâ heet, is in de volksmond een flaĆĄka (Duits: Flasche); de obchod âhandelâ heet informeel ook wel kĆĄeft, afgeleid van GeschĂ€ft. En de keurige Tsjechische zĂĄchod âwcâ heet in de praktijk vaak toaleta of, voor wie wat platter uit de hoek wil komen, hajzl â(schijt)huisjeâ â je reinste Beiers. Cimra âkamerâ (Zimmer), calovat âbetalenâ (zahlen), fuÄ âweg, foetsjieâ (futsch) en zelfs durch âdoorâ â zolang ze geen pen vasthouden, gebruiken de Tsjechen dit soort woorden volop.
FuÄ, kohoutek en vrchnĂ: misleid door de spelling zou een argeloze buitenstaander gemakkelijk kunnen geloven dat het Tsjechisch in al die eeuwen van intiem contact met het Duits volstrekt niet gegermaniseerd is. Maar dat is dus onzin.
Op zijn Tsjechisch: nesmysl. Jammer; ik hoopte dat ze âkvaÄâ zouden zeggen.