Een veelbetekenende stilte

9047754248_8e3519e164_m

Gebarentolk in actie.
(Foto: Elvert Barnes)

Toen ik mijn vrienden vertelde dat ik aan een gebarentaalcursus was begonnen, leverde dat twee soorten verrassende reacties op. Ten eerste legden ze veel meer belangstelling aan de dag dan toen ik Deens, Spaans, Russisch, Noors, Roemeens en Tsjechisch leerde. (Nee, ik spreek die talen niet. Ja, mijn vrienden krijgen heel wat te verstouwen.) Gebarentalen blijken veel nieuwsgierigheid los te maken.
En ten tweede: al omvat mijn vriendenkring nogal wat doctorandussen en een enkele doctor, toch moest ik over gebarentaal nogal wat schrijnend slecht geïnformeerde opmerkingen aanhoren. Hoeveel zendingswerk er sinds begin jaren tachtig ook verricht is door wetenschappers en pleitbezorgers van gebarentaal, veel van de oude misverstanden zijn de wereld nog niet uit.
Daarom heb ik mezelf met dit stuk een helder doel gesteld, en daarbij een heldere vorm gekozen: ik som zeven gangbare, maar onjuiste veronderstellingen op en zet die één voor één recht.

1. ‘Gebarentaal is een wereldtaal’ Lees verder

Geplaatst in Nederlandse Gebarentaal, vreemde talen | Tags: , , | 9 reacties

Postume landerigheid

(oorspronkelijk verschenen op 22 juli 2009)

Toen Martin Bril stierf, vandaag drie maanden geleden, keek ik verrast naar de golf van rouw. Nooit geweten dat de man zó populair was. Als niet-Volkskrantlezer had ik zijn werk zelden gezien. Zo zelden, dat ik hem soms verwarde met Paul Brill, nog zo’n Volkskrantnaam die ik vagelijk ken.
Dat zal me nu niet meer gebeuren. Ik heb de afgelopen dagen eindelijk een boekje van hem gelezen. Zijn eerste postume publicatie, een bundeltje over Frankrijk: C’est la vie.
Het viel niet mee.
Die gemakzuchtige, om niet te zeggen smakeloze titel hielp natuurlijk al niet. Maar de handeling van de verhaaltjes, die deed het hem vooral. Bril die drentelt, Bril die eet en drinkt, Bril die mijmert, Bril die doelloos Simenon achterna reist, Bril die vertederd raakt door zijn dochters (brrr). En dan nog wat oubolligheden als ‘Parijs is een stad die niet verandert’ en ‘dat is het wonder van Parijs’. Alsof ik een bundeltje van Carmiggelt las, uit de jaren vijftig, toen de lichtstad (dat woord mankeert er nog net aan) ver en exotisch was.
Enfin.
Iedereen die een paar stukjes van Bril heeft gelezen herkent deze stijlfiguur: de alinea van één woord. Bij voorkeur ‘enfin’ – minstens vijf keer in dit ene dunne bundeltje. Maar ‘lekker’ mag ook. Of een maand. Het is een mooie stijlfiguur, hoor. Mits met mate.
Terug naar de handeling van de verhaaltjes.
Martin Bril lijkt zich bovenal te vervelen. Dat weet hij fraai te verwoorden – over zijn stijl geen kwaad woord, of althans niet meer dan dan de kregeligheden van hierboven. Maar verveling blijft verveling. Sterker nog, verveling die zo fraai verwoord wordt, werkt aanstekelijk. Brils landerigheid slaat over op de lezer; in ieder geval op deze lezer. Het liefst zou ik hem toeroepen: man, doe iets met je leven! Dat is natuurlijk wrang en ongepast. Anderzijds, als de titel van dat boekje kan, waarom dit dan niet?
Brilliefhebbers zullen nu wel tegenwerpen dat ik de man niet ken en niet begrijp. Dat eerste staat vast. En voor zover ik hem nu heb leren kennen, lijkt hij me, laat ik het zorgvuldig zeggen, niet mijn type. Maar begrijp ik Bril niet? Het zou kunnen. Maar als dat zo is, ontgaat me zelfs wat er aan te begrijpen vált.
Het zou natuurlijk ook kunnen dat C’est la vie gewoon niet zo’n goede bundel is. Laat ik dat maar hopen.

Geplaatst in boeken e.d. | Tags: | Plaats een reactie

Vijf afwijkende landsnam-en

Het is een piepkleine observatie, maar toch: er is één regio in Europa waar de landen (in het Nederlands) afwijkende namen hebben.

De namen van de meeste Europese landen eindigen in het Nederlands op -ië (met de varianten -ije en -je) of op -land (met de variant -rijk). Vrijwel de enige substantiële uitzonderingen zijn Portugal en Montenegro. Alle andere uitzonderingen zijn oftewel klein (Malta, Luxemburg, Monaco) of pas vrij onlangs tot land gebombardeerd (Kosovo, Oekraïne – de woordspeling in het geval van Kosovo is per ongeluk).

Maar er is één groep die ik nog niet heb genoemd, en dat zijn de landen met een naam op -en: Denemarken, Noorwegen, Zweden, Polen en Litouwen. En die liggen allemaal op een kluitje: óf ze delen een grens óf er ligt alleen een stukje Oostzee tussen.

Bornholm

Van links naar rechts: Zweden, Denemarken, Polen, de Russische exclave Kaliningrad en Litouwen. En heel veel Oostzee, natuurlijk.

Is dat toeval? Het zou kunnen. Maar het zijn, geloof ik, ook allemaal landen waar Nederland al in de Hanzetijd intensieve handelscontacten mee onderhield. Was er in die tijd soms een woordvormingsmechanisme werkzaam waardoor landsnamen op -en konden eindigen?

Een Engels etymologisch woordenboek geeft een hint: het Nederlandse Zweden (waar het Engelse Sweden aan ontleend schijnt te zijn; men sprak eerder van Swedeland) zou een derde naamval meervoud zijn van ‘Zweed’. Als verklaring voor Polen vind ik dat ook aannemelijk klinken, want dat land is eveneens genoemd naar zijn inwoners, niet omgekeerd.

Maar deze verklaring gaat voor de andere drie gevallen niet op. Denemarken heet niet ‘Denen’ en Noorwegen niet ‘Noren’. Die twee landen zijn niet (alleen) genoemd naar hun inwoners maar (vooral) naar hun ligging: Denemarken is de mark of marke, dat wil zeggen het grensgebied, waar de Denen wonen, Noorwegen was voor de Scandinaviërs de weg naar het noorden. (Er bestond ook een Oostweg, ergens in Rusland.) Maar waarom plakt het Nederlands dan -en achter die namen? Onder invloed van de naam ‘Zweden’ misschien?

Litouwen lijkt me nog weer een ander geval: dat zal wel via het Duitse Litauen een afgeleide zijn van Lietuva, de naam die de Litouwers zelf hanteren.

Kortom, misschien is het inderdaad gewoon toeval dat die vijf landen met namen op -en zo dicht bij elkaar liggen. Net zo toevallig als het feit dat Jemen ook op -en eindigt. (Dat komt van het Arabisch Jaman.) In dat geval is het helemaal een observatie van niks. Had je dit stukje nou maar niet gelezen!

Geplaatst in Nederlandse taal | Tags: , | 8 reacties

Taaltoerisme in het Engels (3)

profilelogoHèhè, ik mag het nu eindelijk bekend maken: Taaltoerisme zal in Groot-Brittannië worden uitgegeven door Profile Books.

Is dat wat, Profile? Ja, dat is wat. Ze hebben de laatste jaren werk uitgegeven van Alain de Botton, Joris Luyendijk en, op taalgebied, David Crystal en Daniel Everett, onder veel meer. Ook de in taalkundige kring enigszins beruchte bestseller Eats, shoots & leaves van Lynne Truss is, alweer wat langer geleden, bij hen verschenen. Verder publiceren ze de boeken van The Economist en New Scientist.

Ik had zelf bedacht mijn boek voor de Britse markt om te werken tot What Europeans speak (so you won’t understand), maar die vlieger gaat niet op. Eigenlijk gaat het juist weer meer lijken op Taaltoerisme, zij het onder een andere titel. Die luidt nu voorlopig:

Lingo
Why the Spanish speak so fast, the Dutch are gender-benders and it’s hard to add up in Breton
A language-spotter’s guide to Europe

In (mijn) Nederlandse oren is Lingo een rare naam, die allereerst of eigenlijk uitsluitend aan een taalspelletje op tv doet denken. Maar voor Engelstaligen is het een wat popi synoniem voor language, zoals popi bij ons een popi synoniem voor ‘populair’ is. Een populair boek over taal, dat wil ik wel op mijn geweten heb. Maar een popi boek? Eh… laat ik op het oordeel van Profile vertrouwen.

Geplaatst in boeken e.d., vertalen | Tags: , , | 2 reacties

Taaltoerisme in het Engels (2)

Het gaat door! Taaltoerisme komt uit in Engelse vertaling. Er wordt nog onderhandeld over de details, dus ik noem nog even geen namen, maar er ligt een serieus bod van een gerenommeerde uitgeverij. Op de London Book Fair in april willen ze de Britse boekenbranche met het nieuws verblijden.

(lees verder onder foto)
london_book_fair_2010_jo

Het plan is om het origineel niet alleen te vertalen, maar ook dusdanig te bewerken, in nauw overleg met mij overigens, dat het meer kans op succes maakt. Ik ben dat van Nederlandse uitgevers niet gewend en heb even aan de gedachte moeten wennen. Maar het betekent
a. dat ze in het boek willen investeren, en
b. dat ik kan meekijken hoe professionals van een (in hun ogen) veelbelovend boek een (naar hun verwachting) goed lopend boek maken. Dat lijkt me erg leerzaam.

In oktober moet het in de winkel liggen. Met Kerst moet het een bestseller zijn. ; )

En in de tussentijd kun jij het Nederlandse boek natuurlijk gewoon nog steeds kopen! Klik maar op Bestellen.

Geplaatst in boeken e.d., vertalen | Tags: , , | 2 reacties

Blogje uit Albuquerque

Zo ongeveer het makkelijkste als je een vreemde taal leert, zijn geografische namen. Op een paar uitzonderingen na kun je die gewoon laten zoals ze zijn. Ik woon in Amersfoort, en ook als ik Engels, Duits of Spaans schrijf, woon ik nog steeds in Amersfoort. Uitspreken doe ik de naam in die andere talen ietsje anders, maar dat is het dan ook. Een kind kan de was doen.

Een kind wel, maar Google Vertaal niet. Volgens Google woon ik namelijk in Albuquerque, een stad in Nieuw Mexico. Toen ik een paar jaar terug accommodatie zocht in de Tsjechische stad Olomouc, kreeg ik veel adressen opgedist die zich in Manchester zouden bevinden. Dat ‘Manchester’ lag gewoon op de goeie plek in Tsjechië, dat wel. (Ik heb het net getest en het gebeurt nog steeds.)

Het kan nog wonderlijker. Ik liet zojuist een Deenstalige webpagina in het Engels vertalen. Het origineel bevatte enkele malen het woord dansk en één keer het Engelse woord danish (met een kleine letter, dat wel). Dansk werd netjes vertaald als ‘Danish’, maar waar danish in het origineel stond, werd dat… ‘english’!

Ik vind dat wonderlijk. Google vertaalt door statistische bewerkingen los te laten op bestaande vertalingen. (Van grammatica, laat staan van inhoud, begrijpt Google niets. Ik denk dat dat een fatale zwakte is, maar daar wordt door deskundigen verschillend over gedacht.) Op basis van die kennis kan ik met veel moeite en fantasie een theorietje bedenken waarom danish (in een Deense tekst) als ‘english’ wordt vertaald: misschien zijn er veel Deenstalige EU-documenten waar, bijvoorbeeld rechtsboven op de titelpagina, het Engelse woord ‘Danish’ op staat, terwijl in de Engelse versie op diezelfde plek ‘English’ staat. Dat zou kunnen. Maar mijn verbeeldingskracht schiet ten enen male tekort om te verklaren hoe Google ‘Albuquerque’ als de Engelse vertaling van Amersfoort kan beschouwen, of ‘Manchester’ als die van Olomouc. Ik zou er nog in kunnen komen als Den Helder werd vertaald als ‘Pine Clear’ – maar Den Helder komt nou juist ongeschonden uit de gehaktmolen. En zelfs Luik wordt netjes ‘Liege’, niet ‘Window shutter’.

Er wordt vaak geklaagd dat overheidsdiensten verkokerd zijn en niet goed samenwerken. Zou dat misschien ook kunnen gelden voor Googles businessunits Maps en Translate?

***

Update, 19 februari 2016: Google Vertaal lijkt te hebben bijgeleerd. Amersfoort en Olomouc blijven nu onvertaald. 

Geplaatst in taal algemeen | Tags: , , , | 2 reacties

LOT-prijs: brede site verslaat bruisend event

Boogaard (l) en Jansen

Boogaard (l) en Jansen
(foto: Rick de Graaff)

Eerst het nieuws, zoals het hoort: de jaarlijkse LOT-populariseringsprijs voor taalkunde is gisteren toegekend aan de Taalcanon, de website die ook als boek in de winkel ligt onder de titel Alles wat je altijd al had willen weten over taal. De prijs werd in ontvangst genomen door Marianne Boogaard en Mathilde Jansen namens de redactiecommissie, die verder uit Petra Poelmans en Astrid Wijnands bestond.

Naast de Taalcanon waren nog twee van de dertien inzendingen voor de prijs genomineerd: het meertaligheidsfestival Drongo van Maaike Verrips’ Taalstudio en de website Gebareninzicht van de Nijmeegse gebarentaalwetenschappers Onno Crasborn en Yassine Ellen Nauta. Taalkundige Mark Dingemanse was bij liefst drie inzendingen betrokken, en hield daar als blijk van waardering een eervolle vermelding aan over. Lees verder

Geplaatst in taal algemeen | Tags: , , | Plaats een reactie

“Bedankt” – “Eh…”

Je doet iemand een klein plezier: wijst hem de weg, laten we zeggen, of raapt iets op wat hij heeft laten vallen. De persoon bedankt je (met ‘dank je wel’, ‘dank u’, ‘welbedankt’, ‘merci’ of een variatie daarop) en jij antwoordt… wat precies?

Ik kom tot het volgende lijstje van mogelijkheden (met tussen haakjes wat ik ervan vind):
* graag gedaan (beleefd)
* geen dank (tikje formeel)
* tot je/uw dienst (ouderwets; mijn hospita zei dat vroeger)
* geen probleem (neutraal tot nonchalant )
* oké (behoorlijk nonchalant)
* alsjeblieft (voelt niet helemaal correct, omdat het vóór dankjewel hoort, bij overhandigen)
* joe (op zijn Nederlands uitgesproken, niet de Engelse voornaam; ik zeg het zelf geregeld, en dan is het nonchalant bedoeld, maar ik vraag me af of ik de enige ben)
* het is niets (klinkt mij Belgisch in de oren)
* je bent welkom (klinkt me als vertaald Amerikaans in de oren)

Er schiet me nog een hele serie uitdrukkingen in andere talen te binnen (pas de quoi, de rien, de nada, keine Ursache, gern geschehen, don’t mention it, you bet), maar ik betwijfel of ik de Nederlandse equivalenten daarvan gehoord heb. ‘Van niets’? ‘Reken maar’? Neu.

Enfin, je begrijpt: ik ben benieuwd naar je ervaringen en opvattingen. Deel je bovenstaande oordelen over de mogelijke antwoorden? En ken je nog andere?

 Alvast bedankt, natuurlijk.

****

Leuk stukje? Misschien zijn mijn boeken Taaltoerisme en Vakantie in eigen taal iets voor jou. Het ene gaat over de talen van Europa (en is zelf verschenen in maar liefst zeven Europese talen!), het andere over het Nederlands.

Geplaatst in Nederlandse taal | Tags: , | 16 reacties

Stramme fossielen

fossielDat het Nederlands nog wat kliekjes overheeft van de aanvoegende wijs, moge bekend verondersteld worden. Ik heb het over werkwoordsvormen als leve (de koning), zij (het) en ware (het niet).

Dat het hier om kleine restjes gaat, blijkt niet alleen uit de betrekkelijke zeldzaamheid van zulke vormen, als schaarse stipjes in een menigte van aantonende en gebiedende en onbepaalde wijzen. Er is nog een andere aanwijzing voor: ze worden vaak niet meer vervoegd.

Oorspronkelijk stond naast God zij geprezen het meervoud de Heiligen zijn geprezen – de negentiende-eeuwse schrijfster Bosboom-Toussaint gebruikte het nog. En naast leve de koning! stond leven de prinsen!, en ook daarvan vind ik een bijna twee eeuwen oud voorbeeld. Maar wat ik lees en hoor (voorzover überhaupt, natuurlijk) is de heiligen zij geprezen en leve de prinsen! Het enkelvoud wordt dus gewoon overal gebruikt, ook bij een meervoudig onderwerp. En dat al generaties lang, want wat Bosboom-Toussaint schreef, was vermoedelijk ook in haar tijd al wat belegen.

Nou hééft dat enkelvoud in deze voorbeelden ook een groot voordeel: het maakt in één klap duidelijk dat het om een aanvoegende wijs gaat. De goden zijn geprezen lijkt een constatering in plaats van een wens, leven de prinsen klinkt als ‘levende prinsen’ of misschien wel een vraag met een wat vreemde intonatie: ‘Leven de prinsen?!’

Toch worden niet alle aanvoegende wijzen consequent verenkelvoudigd. Naast ware de mens goed, dan… (geen hippe manier van zeggen, maar hij komt nog voor) staat waren de mensen goed, met een meervouds-n. En naast moge hij slagen staat veelal mogen zij (allen) slagen, ook weer met die n.

Waarom? Ik denk dat het is omdat in beide gevallen misverstanden uitgesloten zijn. De constructie met moge(n) vooraan is sowieso een buitenbeentje met een heldere betekenis. En bij waren maakt het voor de betekenis niet uit of je het als aanvoegende of aantonende wijs opvat: in het enkelvoud betekenen ware de mens goed en was de mens goed ook gewoon hetzelfde.

De Nederlandse aanvoegende wijs is, kortom, net zo iets als de naamvallen. Allebei zijn ze als systeem morsdood. We vinden alleen nog wat fossielen. En kun je met levende taaldieren nog kunstjes doen (zoals vervoegen naar persoon en getal), fossielen zijn daar echt te stram voor.

****

Naschrift: ik zie nu dat Onze Taal hier al eerder over heeft geschreven: Leve / leven de kinderen.

Geplaatst in Nederlandse taal | Tags: , , | 4 reacties

Hongaren – van Mars?

Radio1

Gisteravond heb ik op het Vlaamse Radio 1-programma Nieuwe Feiten een paar minuten verteld over de herkomst van het Hongaars. Stomtoevallig ben ik net een hoofdstuk voor mijn nieuwe boek aan het schrijven over dat onderwerp, dus ik kon zonder veel voorbereiding een verhaal afsteken. Klik om het te beluisteren op het plaatje hierboven. (Ik weet overigens niet hoe lang dit blijft staan. Op zeker moment zal de link wel afsterven, denk ik.)



















Geplaatst in vreemde talen | Tags: , , , | Plaats een reactie