
Hǒuyǔ, letterlijk ‘handtaal’, Chinees voor ‘gebarentaal’.
Het is opvallend op hoeveel punten Nederlandse Gebarentaal gelijkenis vertoont met het Chinees, maar afwijkt van het Nederlands of andere gesproken westerse talen.
1. Terwijl er in niet-gebarentalen maar zelden een verband is tussen de vorm van een woord en zijn betekenis, komt dat in NGT en (geschreven) Chinees meer voor. Een beperkt aantal Chinese karakters hebben het karakter van een ideogram of pictogram: ze zijn te herleiden tot een afbeelding van het bedoelde begrip, zoals ‘hand’ in het plaatje hier rechtsboven. In NGT beeldt een flink aantal gebaren het bedoelde begrip uit. Sommige gebaren (bijvoorbeeld voor ‘eten’, ‘goed’ en ‘telefoon’) worden door alle Nederlanders gebruikt, andere zijn zonder uitleg duidelijk (zoals die voor ‘thee’, ‘onder’ en ‘komen’), nog weer andere zijn dat na vertaling (‘kers’, ‘geven’, ‘zondag’). Als NGT wordt geschreven met behulp van SignWriting, blijft dit verband behouden, zij het in gestileerde vorm – zoals ook Chinese ideo- en pictogrammen altijd gestileerde afbeeldingen zijn.
2. Chinees en NGT hebben geen lidwoorden – een eigenschap die ze delen met de meeste talen in de wereld, en in Europa met de meeste Slavische talen.
3. In Chinees en NGT hebben zelfstandige naamwoorden geen geslacht. Ook dat is verre van uniek: het geldt in Europa bijvoorbeeld ook voor Engels en Esperanto. De meeste woorden voor mensen en persoonlijke voornaamwoorden hebben in het Chinees en NGT eveneens geen geslacht. Geen zanger versus zangeres dus, en zelfs geen hij versus zij. Dat is, opnieuw, niet uniek: Fins, Turks en Hongaars delen dezelfde eigenschap. Uiteraard kunnen al die talen wel uitdrukken dat iemand een man of een vrouw is, en bij sommige basisbegrippen maken ze het onderscheid wel: de woorden voor ‘vader’ en ‘moeder’, ‘zus’ en ‘broer’ en dergelijke zijn in al deze talen wel degelijk verschillend.
4. Tijd wordt in het Chinees en NGT niet uitgedrukt door speciale vervoegingen: dus geen de vergadering liep uit, loopt uit of zal uitlopen. Beide talen drukken de tijd, als dat nodig is, liever anders uit: vorige keer loopt de vergadering uit, deze vergadering loopt uit, ik verwacht dat de vergadering uitloopt. Als die laatste zin heel natuurlijk klinkt, komt dat doordat het Nederlands de toekomende tijd ook meestal niet met een werkwoord(svorm) uitdrukt. Ons woord zullen drukt zelden of nooit een toekomende tijd uit, maar veel vaker iets als een vermoeden, een belofte of een bevel. Voor zover het Nederlands een hulpwerkwoord heeft voor de toekomst, is dat nog eerder gaan.
5. Al vervoegen Chinees en NGT hun werkwoorden niet voor tijd, ze maken wel onderscheid tussen het onvoltooide ‘ik doe’ (of ‘deed’, of ‘ga nog doen’) en het voltooide ‘ik heb gedaan’ (of ‘ik had gedaan’ of ‘ik ga het afkrijgen’). Chinees (Mandarijn) gebruikt het woordje le dat van oorsprong ‘voltooien, afmaken’ betekent, NGT gebruikt een gedecideerd gebaar met het mondbeeld ‘geweest’.
6. Ook andere vormen van vervoeging en verbuiging zijn schaars in Chinees en NGT. De meeste zelfstandige naamwoorden hebben geen speciale meervoudsvom. De meeste NGT-werkwoorden en alle Chinese werkwoorden behouden dezelfde vorm, ongeacht of het onderwerp eerste, tweede of derde persoon is, enkelvoud of meervoud. Dus: ‘ik lopen’, ‘jij lopen’, ‘wij lopen’ (en ‘wij-twee lopen’). Wel hebben sommige NGT-werkwoorden verschillende vormen doordat het onderwerp en het lijdend of meewerkend voorwerp in de beweging wordt geïntegreerd: in ‘jij geeft aan mij’ en ‘ik geef aan jou’ is de handvorm wel hetzelfde, maar de beweging anders.
7. Een belangrijke overeenkomst, ten slotte, heeft te maken met de zinsvolgorde. Helemaal snappen doe ik die nog niet, maar her en der lees ik dat Chinees en NGT allebei topic-prominent talen zijn: zinnen beginnen niet met het grammaticale onderwerp, maar met datgene waarover de spreker verderop in de zin een mededeling gaat doen – het ‘onderwerp’ in de meer alledaagse zin van het woord, eigenlijk.
En betekenen al die overeenkomsten nog iets? Hebben doven en Chinezen iets gemeen? Zijn NGT en Chinees historisch verwant? Nee, natuurlijk niet. Deze zeven punten laten alleen maar zien dat NGT, hoewel ontstaan in een Nederlands sprekende omgeving, op een flink aantal essentiële punten wezenlijk anders in elkaar zit. Als tweedetaalleerder ben ik daar niet zo blij mee, want de wekelijkse lessen zijn niet gemakkelijk. Maar mijn taalkundige nieuwsgierigheid wordt voortdurend gekieteld.
****
Toevoeging: 8. Er is me nog een overeenkomst tussen beide talen te binnen geschoten: voor nieuwe verschijnselen verzinnen ze meestal zelf een woord (dan wel gebaar), en ontlenen dat dus niet aan een andere taal. Puristen zullen dat fijn vinden, maar als je een taal leert ben je juist blij als je iets vertrouwds tegenkomt. Toen ik met Tsjechisch bezig was, was ik blij met woorden als organizace (‘organisatie’), terwijl een woord als hudba voor ‘muziek’ misschien wel schilderachtig was, maar toch vooral moeilijk te onthouden. De Chinese woorden voor deze begrippen, zǔzhī en yīnyuè, vergen allebei een geheugeninspanning, en ook de NGT-gebaren zal ik moeten leren. (Ik heb ze even opgezocht. ‘Organisatie’ is behoorlijk abstract, ‘muziek’ lijkt een dirigent uit te beelden.)
Toevoeginkje: 9. Het is een kleine, maar toch ook wel grappige overeenkomst waarop ik nu weer ben gestuit: in NGT én Chinees is het gebaar/woord voor ‘ouders’ een combinatie van de gebaren/woorden voor ‘vader’ en ‘moeder’, in deze volgorde.