
Veegwagentje
De streektaal waarmee ik ben opgegroeid, piept op de meest onverwachte momenten door mijn Nederlands heen. Vandaag ook weer.
Ik moet dan eerst iets vertellen over afgelopen woensdag. Samen met collega Sterre Leufkens interviewde ik de Nijmeegse taalkundige Linda Drijvers.* Die merkte terloops op dat een bepaald handgebaar niet alleen als ‘vegen’, maar ook als ‘roeien’ opgevat kan worden, en al pratend maakte ze dat gebaar.
Ik kon geen van beide interpretaties meteen plaatsen. Maar al snel begreep ik er één, en dat zei ik ook: ze bedoelde strikt genomen niet ‘roeien’, zoals in een roeiboot, maar ‘peddelen’, als in een kano. Als dat muggenzifterig was (ja hè?), was het niet opzettelijk: mijn vrouw, laat ik haar Marleen noemen, roeit vaak en kanoot soms, en dus zijn dat voor mij twee verschillende dingen. Lees verder
Ergens in Babel hou ik een kleine tirade tegen taalregelneverij. Ik foeter daar op ‘spellingwetten, vuistdikke grammatica’s, meerdelige woordenboeken, een standaarduitspraak, stijlgidsen en terminologische commissies, die de taalvrijheid naar de japkedee helpen’. Naar de ratsmodee dus; ‘japkedee’ is een plaagstootje naar NRC-journalist Japke-d. Bouma.
De Afrikaanse savanne? Die kennen we uit documentaires en Burgers’ Zoo. Japans, Ethiopisch of Argentijns eten? Doen we gewoon in eigen land. Rio, Melbourne en Timboektoe? Zien we op Street View en YouTube.
In het Radio 1-programma De Taalstaat van afgelopen zaterdag werd ik geïnterviewd door Frits Spits, die niet alleen goed voorbereid was – dat is hij altijd – maar bovendien prettig enthousiast over mijn nieuwste boek, Babel. Het werd een aangenaam gesprek van ruim 7 minuten. Het is
In hoofdstuk 5 van BABEL noem ik vele tientallen woorden die het Nederlands aan het Arabisch heeft ontleend, meestal via de omweg van andere talen: van luit tot hasj, van safari tot tas (‘kopje’) en van rokade tot giraf. Ook noem ik allerlei namen van Arabische oorsprong die een duidelijke betekenis hebben, zoals Nasrdin (



