Herinner je je je eerste geschreven woordjes, of die van je kinderen? Ongetwijfeld waren ze schots en scheef en bibberig. Zelfs de beste kalligrafen hebben de letters van het alfabet ooit moeten leren tekenen, en ook hĂșn prille pogingen, de tong tussen de lippen, waren onbeholpen. Vertederend, die allereerste kriebels.
Een soortgelijke vertedering voelde ik van de week in de Thermen van Diocletianus te Rome, waar een deel van het Romeins Nationaal Museum in gevestigd is. Een flinke vleugel daarvan is gewijd aan de geschiedenis van het schrift in Midden-ItaliĂ«, en er hangen honderden in steen gebeitelde inscripties. De meeste zijn in het Latijnse alfabet, en hun vorm lijkt vaak op die van hoofdletters in (Times New) Roman â dat alfabet en dat lettertype heten niet voor niets zo.

Jammer genoeg is dit een duplicaat, niet de originele fibula van Praeneste. Die ligt 10 km verderop, in een prehistorisch museum. Zeg, minister van cultuur, ruil die twee eens gauw om. Een tekst tentoonstellen in een museum over de prehistorie is sowieso dwaas. Bovendien gaat er geen toerist naar die verre buitenwijk.
Maar naast die overbekende stenen met opschriften zijn er ook kleinere voorwerpen met tekstjes te zien. Van een daarvan had ik eerder gehoord: de fibula of broche van Praeneste (zie foto rechts, klik voor vergroting), uit de zevende eeuw voor het begin van de jaartelling, met daarop de woorden Manios med fhe fhaked Numasioi. Dat is Oudlatijn voor Manius me fecit Numerio oftewel âManius heeft mij gemaakt voor Numeriusâ. Niet alleen de grammatica is archaĂŻsch, ook diverse tekens hebben nog niet de vertrouwde vorm, en dan loopt de tekst nog van rechts naar links ook. Lees verder →