(18:) Poetin en andere bijtertjes

Ik heb de laatste tijd vaak aan mensen verteld over mijn boek-in-wording Leer 7 talen lezen in 7 dagen. Ik krijg dan meestal drie reacties. Ten eerste: geweldig – maar kan dat echt, zo snel een taal leren lezen? Ten tweede: is dat nog wel nodig nu Engels zo wijdverbreid is? En ten derde: met een vertaalprogramma kan ik een vreemde taal toch net zo goed lezen? Dat ‘geweldig’ geeft de schrijver moed, want de schoorsteen moet roken. En die twijfels zijn begrijpelijk, dus daar ga ik op in.

Om te beginnen: ja, het kan, met behulp van wat basisinformatie, een paar trucs en zelfvertrouwen.

De basisinformatie draait om de spelling, grammatica en woordenschat van de talen in kwestie, maar dan op basis van wat we al weten en gericht op herkenning, niet op productie. Wie de hoofdlijnen van de spelling kent, herkent in het Noorse foajé ons foyer en in de Portugese fã-clube een fanclub. Wie zich de grammaticale hoofdlijnen eigen heeft gemaakt, begrijpt dat het Zweedse hunden niet ‘honden’ betekent, maar ‘de hond’. (Dat scheelt weer als je een bordje Akta dig för hunden ziet staan – het is er maar één.) Ook herken je in het Spaanse buscamos meteen een wij-vorm, zelfs als je niet weet wat de ‘wij’ in kwestie precies doet.

Op het punt van de woordenschat kunnen we eveneens in korte tijd enorme sprongen maken, en niet alleen door het herkennen van leenwoorden als foajé. Veelvoorkomende achtervoegsels als het Deense –else en het Italiaanse –evole maken tal van woorden doorzichtiger. Wie weet dat het Italiaans de h vrijwel altijd weglaat, herkent woorden als onore en umano een stuk makkelijker. Als het Noors en Zweeds nogal eens een k hebben waar wij ch hebben, dan verandert het viezige prakt opeens in iets fraais. Dan blijven er alsnog frequente woorden over die geen aanknopingspunten bieden. Het herkennen daarvan moet dus geleerd worden. (Buscamos blijkt dan gewoon ‘wij zoeken’ te betekenen.)

Ten tweede zijn er de trucs. Om te beginnen: context. Daarmee bedoel ik zowel de plaats waar iets staat (winkelpui, billboard, affiche, menukaart, huurcontract…) als de omringende tekst en plaatjes. Neem weer dat zinnetje Akta dig för hunden. Herleid je dat tot ‘Acht je voor de hond’ – dat heb je inmiddels onder de knie – dan heb je dus iets tussen Nederlands en koeterwaals.  Maar hangt dit als bordje op een tuinhek, dan weet je onmiddellijk dat je kuiten in gevaar zijn. (Als er plaatje van een hond op staat, heb je natuurlijk dat hele Zweeds niet nodig.) En het Italiaanse woord minaccia is zo los waarschijnlijk niet metéén helder, maar in de combinatie Putin minaccia misschien wel, want we kennen die man. De hele kop luidt trouwens Putin minaccia una risposta asimmetrica e rapida.

De tweede belangrijke truc is ‘zinsontleding light’. Daarmee bedoel ik: als we de grammatica genoeg kennen om de voornaamste zinsdelen te herkennen (de persoonsvorm en andere werkwoorden, het onderwerp, de voorwerpen), is de opbouw van de zin tenminste duidelijk. Zelfs als we niet alle woorden snappen, weten we in ieder geval wat we weten en wat we niet weten.

En dat brengt me meteen op truc nummer drie: imperfectionisme. Het gaat niet om volledigheid, het gaat in de eerste plaats om hoofdlijnen; de rest is mooi meegenomen. Wie alles wil snappen, heeft jaren nodig. Wie de helft wil snappen, is in een paar dagen klaar (en kan zich daarna desgewenst verder gaan bekwamen).

Daar is dan nog één ding voor nodig: zelfvertrouwen. Ik bedoel niet drieste overmoed, maar gewoon de geduldige bereidheid om je in een tekstje vast te bijten, te speuren en te associëren, in de verwachting dat het zijn geheimen zal prijsgeven. Dat je bijvoorbeeld zult begrijpen dat Poetin, wanneer hij minaccia una risposta, ‘dreigt met een antwoord’.

***

Het bovenstaande – aflevering 18 van een doorlopende serie over het schrijven van het genoemde boek – komt uit de conceptversie van een artikel. In het vervolg ervan ga ik in op de tweede en derde reactie, over het Engels en de vertaalsoftware. Deze aflevering overlapt met aflevering 4.

Dit bericht werd geplaatst in 7D7T en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

10 reacties op (18:) Poetin en andere bijtertjes

  1. Klaas zegt:

    Buscamos deed me denken aan het Engelse to busk (optreden op straat voor geld). Bij nazoeken bleken die twee inderdaad etymologisch verwant. De betekenis is wel uiteengedreven, maar voorzover ik begrijp loopt de verwantschap via het begrip ‘winnen’. Je ‘wint’ geld door te busken, en wie zoekt zal vinden en dat is ook zoiets als winnen.

    Like

  2. Jouke zegt:

    In “minaccia” bespeurde ik het Engelse ¨menace”, naar ik aanneem beide uit Latijn afkomstig

    Like

  3. Esther zegt:

    O ja! Waar ik trema zei bedoel ik umlaut, stop de tijd, ik zet één joker in 🙂
    Heb jij overigens nog een verklaring voor het feit dat het woord voor jongen en meisje zo verschillend is in heel veel talen, of valt dat niet binnen het onderwerp van je boek?
    Noors: gutt, jente, Deens: dreng, pike, Zweeds: pojke (waar je dan weer ‘boy’ in zou kunnen herkennen), flicka. Ook in andere Europese talen die ik ken zijn die woorden totaal verschillend. Ik zou denken dat zulke basale woorden meer op elkaar lijken.

    Like

    • Gaston zegt:

      Nee, dat heb ik me ook al afgevraagd, maar ik heb niet echt een goed antwoord. Woorden als man en, in mindere mate, vrouw, vader en moeder, zus en broer lijken wel veel op elkaar. Misschien is het hele concept van jongen en meisje vrij jong, en had je vroeger alleen ‘kind’, ‘man’ en ‘vrouw’? Het is maar een losse flodder, ik weet het niet.

      Like

  4. Esther zegt:

    Mijn ervaring: leer Noors en je krijgt er gratis zomaar twee talen bij, Zweeds en Deens. Toch mooi meegenomen, als zuinige Hollander 🙂
    Ik kocht vorige week een Noors E-book. Dacht ik. Het bleek Deens te zijn. Gevalletje ‘te snel geklikt’. Twee pagina’s is het wennen, daarna kon ik het goed volgen. Als je maar ziet waar de verschillen liggen, en die zijn behoorlijk consistent.

    Geliked door 1 persoon

    • Gaston zegt:

      Noors en Deens zijn moeilijk te onderscheiden, vind ik zelfs. De dubbele medeklinkers zijn de voornaamste verklikkers. Zweeds vind ik persoonlijk ietsje moeilijker. Al die a’s en o’s en ck’s…

      Like

      • Esther zegt:

        Deens gebruikt vaak de wat ‘zachtere’ letters g en d, waar het Noors de k en t gebruikt. Als je regelmatig een c ziet staan, heb je zeker met Deens te maken. Die heeft het Noors bijna overal vervangen door een s.
        De trema’s zijn voor mij de verklikkers voor het Zweeds.
        Als iemand Deens praat, ben ik tamelijk verloren trouwens. Dan kan ik nog zoveel basisinformatie, trucs en zelfvertrouwen hebben, ik kan er maar een paar (dunne) touwtjes aan vastknopen.

        Geliked door 1 persoon

Laat een reactie achter op Klaas Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s