Een toch niet zo heel select gezelschap

Nescio

Vorige week ging ik op jacht naar een heel specifieke groep woorden: Nederlandse zelfstandige naamwoorden die ontstaan zijn als Latijnse werkwoorden. Nee, nog preciezer zelfs: als Latijnse persoonsvormen. Als voorbeelden noemde ik onder meer Volvo (ik wentel), fiat (het gebeure) en placebo (ik zal behagen). Ik vroeg wie er nog meer voorbeelden wist, eventueel ook uit het Engels en Duits. Dat leverde tientallen reacties met vaak bruikbare aanvullingen op. Met name Chris Streefkerk, Maarten Vidal en Cor Cornelissen droegen veel suggesties aan, waarvoor dank.

Niet alle aanvullingen voldeden aan de zeer strikte richtlijnen. Sterker nog, in mijn eigen lijstje stond al een fout: audit komt niet van de Latijnse persoonsvorm audit (hij luistert), maar is een verengelsing van het Latijnse zelfstandig naamwoord auditus (het luisteren, hoorzitting). Nogal wat suggesties behelsden ‘verkeerde’ werkwoordsvormen (zoals agens– een deelwoord, geen persoonsvorm) of kwamen slechts toevallig met Latijnse persoonsvormen overeen (zoals tango en salvo).

Onverwacht moeilijk was het definiëren van ‘zelfstandig naamwoord’. Een term als proficiat is allereerst een tussenwerpsel, maar je kunt het ook als zelfstandig naamwoord gebruiken: ‘een hartelijk proficiat’. Maar ja, je kunt élk woord tot zelfstandig naamwoord bombarderen door het in de zelfnoemfunctie te gebruiken. Dat is dus schipperen.

Het interessantst vind ik toch de woorden die in het dagelijks leven voorkomen – in mijn dagelijks leven dan, waarin media en boeken een nogal grote rol spelen. Dat levert deze lijst op:

  • video en audio
  • debet en credit, interest en deficit
  • veto en fiat
  • Audi en Volvo
  • de NWO-beurzen Veni, Vidi en Vici
  • het pseudoniem Nescio (Multatuli valt af omdat het een samenvoeging van twee woorden is, net als facsimile en factotum trouwens)
  • Vindicat
  • lavabo (Vlaams voor ‘wastafel’)
  • non sequitur (twee woorden, maar ik heb voor het ontkenningspartikel ‘non’ een uitzondering gemaakt)
  • proficiat
  • placebo
  • habitat
  • credo
  • caveat (Engels voor ‘voorbehoud’)
  • facit (bekender in het Duits, tegenwoordig meestal gespeld als Fazit)
  • Prosit (Duits voor een toost; ons ‘proost’ heeft dezelfde herkomst)

Daarnaast zijn er allerlei begrippen die vermoedelijk niet algemeen bekend zijn – waarmee ik trouwens bepaald niet de indruk wil wekken dat ik ze wel allemaal kende.

  • Uit de katholieke sfeer komen onder meer imprimatur, approbatur, exaudi, jubilate, magnificat en gaudeamus.
  • Uit de bestuurlijk-juridische sfeer: vidimus, affidavit, non liquet, non possumus, exequatur, placet, satisfecit.
  • En dan nog is er nog dit rijtje ongeregeld: pereat, ignoramus, oremus, memento, deleatur, delineavit en Dixi (een oud automerk – of de naam van de mobiele wc’s ook op het Latijn geïnspireerd is, is onbekend)

De lijst kan nog worden aangevuld, maar hoe completer hij wordt, des te obscuurder worden de onderste items. In ieder geval zijn het er nu al zo veel dat de titel van het vorige blogje, ‘Een select gezelschap’, deze categorie van woorden exclusiever voorstelde dan ze blijkt te zijn.

Dit bericht werd geplaatst in Nederlandse taal, vreemde talen en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Een toch niet zo heel select gezelschap

  1. Arnoud van den Eerenbeemt zegt:

    Dankjewel voor dit mooie overzicht. Ik vertel menige bestuurder van een Volvo de betekenis van het automerk, hun steevast onbekend. Nu ook uitleg over woorden die op -dum/-da eindigen (agenda, Miranda)?

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s