Nederlandse taaltrots op Sri Lanka

Colombo

‘Stadt Colombe’, 1690

De meeste koloniale mogendheden hebben, vooral in de negentiende en begin twintigste eeuw, nogal geaarzeld of ze hun overzeese onderdanen al dan niet de koloniale taal zouden leren. Zulk onderwijs zou hen ook kennis laten maken met westerse ideeën over vrijheid en gelijkheid, en daar kon alleen maar gedonder van komen. Dat bleek uiteindelijk ook te kloppen, al zien wij dat ‘gedonder’ nu als de opmaat naar dekolonisatie en dus een stap de goede kant op.

Over de Nederlanders wordt vaak gezegd dat ze zo weinig taaltrots hadden dat ze het Nederlands nooit hebben proberen te verspreiden in de overzeese gebiedsdelen. Daar valt veel op af te dingen: hoe het de Europese talen is vergaan na de onafhankelijkheid van de voormalige koloniën, hangt nauwelijks samen met het taalbeleid van de kolonisator, laat staan met diens taaltrots. (Waar het wel mee samenhangt, vertel ik in hoofdstuk 7 van Babel.)

Maar zelfs het idee dat de koloniale Nederlanders van zulke trots gespeend waren, blijkt niet zonder meer te kloppen. Nadat de VOC in de zeventiende eeuw de kustgebieden van Ceylon (nu Sri Lanka) had veroverd op de Portugezen, vaardigde ze een – voor mij verrassende – verordening uit die een heel andere houding laat zien: zie hieronder. Ik heb geprobeerd de tekst enigszins te hertalen; het origineel is hier te lezen.

1659 november 14/21 te Colombo

Plakkaat gebiedende de slavenbezitters om hun slaven het hoofdhaar kort af te knippen en hen geen hoeden te laten dragen zolang zij de Nederlandse taal niet kunnen spreken.

Zoals hunne edelen zich de roem, last en eer van onze Nederlandse natie altijd zeer ter harte hebben laten gaan en zeer ernstig gedurig gezocht hebben naar middelen en wegen om die op heerlijke wijze te doen uitmunten,
zo is het dat zij de voortzetting en vestiging der Nederduitse taal als een van de voornaamste dingen beoordeeld hebben, daarentegen afwijzing en afschaffing der Portugese spraak, opdat met de uitroeiing van deze en de vestiging der onze de naam en gedachtenis onzer vijanden vergeten mogen worden en de onze ingegrift.
Om daartoe te geraken is het goed geoordeeld een aanvang te maken met de lijfeigenen, waaruit zeer licht hele families, in het bijzonder jonge kinderen, de taal hunner vaderen kunnen leren.

Het wordt derhalve alle en iedere inwoners van dit eiland gelast en bevolen hun slaven (wel te verstaan jongens of mannen), alle die de Duitse taal niet spreken kunnen, het haar van het hoofd kort te doen afsnijden en zonder hoeden te laten dragen totdat ze Duits kunnen; met waarschuwing dat diegene die hierin nalatig zal worden bevonden en zes weken na dato zulks niet metterdaad gedaan zal hebben, drie realen van achten zal verbeuren, met uitzondering van alle zodanige slaven die de Duitse taal machtig zijn, want die en anders geen zullen lang haar en hoeden mogen dragen.
Hetwelk wij aldus bevonden hebben te behoren ter reputatie en eer der Nederlandse natie.

Met dank aan Chris Streefkerk, die me deze tekst toestuurde.

Dit bericht werd geplaatst in Nederlandse taal en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s